Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/8.5.2:8.5.2 De parlementaire betrokkenheid bij het ESM
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/8.5.2
8.5.2 De parlementaire betrokkenheid bij het ESM
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS455290:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het kort geding van de PVV ten spijt behandelden de Staten-Generaal de gebundelde wetsvoorstellen over het ESM-verdrag, de wijziging van artikel 136 VWEU en de incidentele suppletoire begroting voor de verkiezingen van 12 september 2012. Net als bij het EFSM en de EFSF vormde de parlementaire betrokkenheid bij het ESM een belangrijk discussiepunt. Deze betrokkenheid is niet eenduidig en is tijdens de behandeling van de wetsvoorstellen steeds verder uitgekristalliseerd. Hieronder schets ik dit proces, waarbij ik een onderscheid maak tussen de kwesties die al speelden tijdens de totstandkoming van het ESM-verdrag, de punten die gedurende de parlementaire behandeling naar voren zijn gekomen en de afspraken die na het aannemen van de wetsvoorstellen zijn gemaakt over de betrokkenheid van het parlement bij het ESM. Het schetsen van het proces, en niet slechts van de uitkomst, is van belang omdat dit laat zien op welke wijze het parlement in het kader van het ESM zelf invulling heeft gegeven aan het budgetrecht. In par. 8.5.2.4 komt het resultaat van dit proces, en daarmee de parlementaire betrokkenheid bij het ESM, aan de orde.
8.5.2.1 Tijdens de totstandkoming van het ESM-verdrag8.5.2.2 Tijdens de parlementaire behandeling van het ESM-verdrag8.5.2.3 Na afloop: het informatieprotocol8.5.2.4 Tussenconclusie