Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/8.5.2.2:8.5.2.2 Tijdens de parlementaire behandeling van het ESM-verdrag
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/8.5.2.2
8.5.2.2 Tijdens de parlementaire behandeling van het ESM-verdrag
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS450528:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 5, zesde lid, sub e, ESM-verdrag.
Artikel 4, vierde lid, ESM-verdrag.
Artikel 5, zesde lid, sub c, ESM-verdrag.
Artikel 10, eerste lid, ESM-verdrag.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voordat deze afspraken tot stand kwamen, startte de parlementaire behandeling van de definitieve versie van het ESM-verdrag. Daarbij werden vier aspecten van de parlementaire betrokkenheid bij het ESM onderscheiden. Allereerst stond de positie van het parlement bij het verlenen van steun door het ESM centraal, ook wel het opvragen van kapitaal genoemd. Bij zulke steunbesluiten moet een onderscheid gemaakt worden tussen enerzijds de reguliere procedure uit het ESM-verdrag en anderzijds de daarin vastgelegde spoedstemprocedure. Op grond van het ESM-verdrag is de positie van het parlement bij het verlenen van steun beperkt. De raad van gouverneurs, met daarin de ministers van Financiën, neemt zoals hierboven beschreven binnen de reguliere procedure besluiten over het verstrekken van steun met eenparigheid van stemmen.1 Het parlement heeft dus geen instemmingsrecht bij steunoperaties vanuit het ESM, maar kan hierover wel afspraken maken met de minister van Financiën, wiens stem bepalend is. De positie van het parlement bij het ESM is op dit punt op dezelfde wijze geregeld als bij de EFSF. Ook daarbij heeft het parlement ingestemd met het geheel, waardoor geen goedkeuring per aanvraag meer nodig is.
Anders dan bij de reguliere procedure, waarbij iedere minister van Financiën een steunbesluit vanuit het ESM kan tegenhouden, kan bij toepassing van de spoedstemprocedure steun verleend worden met 85 procent van de uitgebrachte stemmen.2 Voor de meeste landen, waaronder Nederland, geldt dan niet langer een vetorecht. Bij de spoedstemprocedure heeft dus noch de minister van Financiën noch het parlement instemmingsrecht voor het verlenen van steun vanuit het ESM.
Verder besteedde men aandacht aan de vraag wat er moest gebeuren indien steun werd verleend voor een hoger bedrag dan het gestorte kapitaal. Nederland verplichtte zich met de instemming van het ESM-verdrag immers tot een steunplafond van 40 miljard euro, maar daarvan zou slechts een deel gestort worden. Het overige bleef opvraagbaar. De raad van gouverneurs, met daarin de minister van Financiën, kan op grond van het ESM-verdrag in onderlinge overeenstemming besluiten nemen over het opvragen van kapitaal.3 Het parlement heeft dus slechts de mogelijkheid om via de minister van Financiën een rol te spelen bij deze beslissing. Tot slot was er veel aandacht voor de mogelijkheid om de totale capaciteit van het ESM te vergroten, vaak aangeduid als het verhogen van het maatschappelijk kapitaal. Hiermee zou een hoger bedrag van de eurolanden en daarmee ook van Nederland kunnen worden opgevraagd. Over de verhoging van het maatschappelijk kapitaal is het ESM-verdrag niet erg helder. In het verdrag is opgenomen dat een verhoging mogelijk is na een besluit van de raad van gouverneurs en na voltooiing van de ‘toepasselijke nationale procedures’ van de ESM-leden.4 De parlementaire betrokkenheid bij het ESM werd, naast wat het ESM-verdrag daarover bevat, verder vorm gegeven door het advies van de Raad van State over de goedkeuringswet bij het ESM-verdrag, de schriftelijke en mondelinge behandeling van dat wetsvoorstel en de daarbij ingediende moties. Deze verschillende fasen van de parlementaire behandeling zullen hieronder nader aan bod komen.
8.5.2.2.1 Het advies van de Raad van State8.5.2.2.2 De schriftelijke en mondelinge behandeling8.5.2.2.3 Moties