Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/155:155 Wetswijziging
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/155
155 Wetswijziging
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 28-07-2025
- Datum
28-07-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD19146:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De argumenten vóór beperking van de mogelijkheden om vorderingen krachtens partijbeding onoverdraagbaar en/of onverpandbaar te maken, gelden met name voor geldvorderingen van en op professionele partijen, partijen die geen natuurlijke personen zijn die niet handelen in de uitoefening van beroep of bedrijf. Er is onvoldoende reden om de bescherming die onoverdraagbaarheids- en onverpandbaarheidsbedingen kunnen bieden te onthouden aan debiteuren die als natuurlijke personen niet handelen in de uitoefening van hun beroep of bedrijf, of aan debiteuren van bijvoorbeeld een vordering tot levering van een goed.
Mijn conclusie luidt dat de wetgever zou moeten bepalen dat onoverdraagbaarheids- en onverpandbaarheidsbedingen tussen partijen die beiden geen natuurlijke personen zijn die niet handelen in de uitoefening van beroep of bedrijf, geen goederenrechtelijk effect hebben als zij betrekking hebben op geldvorderingen. Daarbij zou de wetgever wel een uitzondering moeten maken voor categorieën van vorderingen waarvoor het wel wenselijk is dat zij door een beding onoverdraagbaar en/of onverpandbaar kunnen worden gemaakt. Een voorbeeld is de vordering van een onderaannemer op een aannemer. Gelet op de ketenaansprakelijkheid van aannemers voor belasting- en premieschulden van onderaannemers, heeft een aannemer er een te beschermen belang bij dat hij de vordering van zijn onderaannemer bevrijdend kan voldoen door betaling op diens G-rekening. Bevrijdende betaling op een G-rekening is niet mogelijk als de vordering van de onderaannemer is overgedragen of verpand aan een derde.1