Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/3.2.2.4
3.2.2.4 De fiscale verzuimboetebepalingen
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS567435:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HR 13 mei 1992, BNB 1992/242, r.o. 3.4; HR 10 juni 1992, BNB 1992/275, r.o. 3.4, herhaald in HR 5 januari 2000, BNB 2000/85, ECLI:NL:HR:2000:AA4059, r.o. 3.9; HR 2 maart 2012, BNB 2012/123, ECLI:NL:HR:2012:BP3858, r.o. 3.5.
Besluit van 9 november 2000, RTB 2000/2474M, BNB 2001/13.
Vóór 1998 op grond van art. 9 lid 3 AWR. Omdat herhaalde beboeting wegens hetzelfde feit niet is toegestaan, moet de inspecteur als beboeting op grond van zowel art. 67a AWR als art. 67d AWR mogelijk is, kiezen. Daarvan kan alleen sprake zijn bij het nalaten om aangifte te doen. Kamerstukken II 1993/94, 23470, 3 (MvT), p. 39.
Deze verzuimboete kan op grond van art. 67b lid 3 AWR ook zonder naheffingsaanslag worden opgelegd, als de onjuiste aangifte niet tot een onjuiste belastingbetaling heeft geleid.
Omdat herhaalde beboeting wegens hetzelfde feit niet is toegestaan, moet de inspecteur als beboeting op grond van zowel art. 67c als art. 67f AWR mogelijk is, kiezen. Kamerstukken II 1993/94, 23470, 3 (MvT), p. 39.
De beschrijving van de straf- en boetebepalingen die verband houden met het doen van een onjuiste aangifte en het nalaten om een aangifte te doen sluit ik af met een korte beschrijving van de verzuimboetes, de boetes zonder subjectief bestanddeel. De verzuimboetes zijn in dit onderzoek van belang omdat de belastingkamer van de Hoge Raad vanaf 1992 in een aantal arresten heeft geoordeeld dat een pleitbaar standpunt bij verzuimboetes ertoe leidt dat alle schuld ontbreekt.1 Vervolgens heeft de Staatssecretaris van Financiën in 2000 in een besluit bekendgemaakt dat voor verzuimboetes bij een pleitbaar standpunt geen plaats is.2
In de AWR zijn verschillende verzuimboetebepalingen opgenomen die verband houden met het doen van een onjuiste aangifte of het nalaten om een aangifte te doen. Op grond van art. 67a AWR kan een verzuimboete worden opgelegd wegens het nalaten om een aangifte te doen bij aanslagbelastingen3 en op grond van art. 67b lid 1 AWR bij aangiftebelastingen. Daarnaast kan met ingang van 2006 uitsluitend bij loonbelastingaangiften op grond van art. 67b lid 2 AWR een verzuimboete wegens het onjuist of onvolledig doen van een aangifte worden opgelegd.4 Op grond van art. 67c AWR tot slot kan een verzuimboete worden opgelegd in verband met het ten onrechte niet of gedeeltelijk niet betalen bij aangiftebelastingen.5