De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/III.15.1.4:III.15.1.4 Vreemdelingen- en nationaliteitsrecht
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/III.15.1.4
III.15.1.4 Vreemdelingen- en nationaliteitsrecht
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS376515:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Vreemdelingenwet 2000 bevat een uitgebreide intrekkingsregeling, waarin wordt aangeknoopt bij de verschillende soorten verblijfsvergunningen welke op grond van deze wet kunnen worden verleend. Het betreft nagenoeg steeds een discretionaire bevoegdheid tot intrekking, zij het dat de discretionaire ruimte die het bestuursorgaan heeft, gelet op de nadere normering in het Vreemdelingenbesluit en de Vreemdelingscirculaire, in belangrijke mate is beperkt. De Rijkswet op het Nederlanderschap bevat een regeling inzake ‘verlies’ van de Nederlandse nationaliteit. Verlies van het Nederlanderschap kan zowel geschieden door middel van intrekking als door middel van het van rechtswege verloren gaan van het Nederlanderschap. Bij intrekking is, in tegenstelling tot verlies van rechtswege, sprake van een daartoe door het bestuursorgaan genomen besluit. Intrekking kan slechts geschieden indien sprake is van kort gezegd fraude bij verkrijging of verlening van het Nederlanderschap (art. 14 lid 1 RWN), onherroepelijke veroordeling voor een van de in art. 14 lid 2 RWN genoemde misdrijven en het nalaten al het mogelijke te doen om de oorspronkelijke nationaliteit te verliezen (art. 15 lid 1 onder d en f RWN). Het betreft steeds een discretionaire bevoegdheid tot intrekking. In de overige gevallen is zoals gezegd sprake van het van rechtswege verliezen van het Nederlanderschap.
De verliesregeling in de RWN is limitatief, hetgeen tot uitdrukking komt in art. 14 lid 5 RWN. Ook de intrekkingsregeling neergelegd in de Vw 2000 moet geacht worden limitatief te zijn. Wat betreft de kwalificatie van de intrekking lijkt met de intrekking op grond van de Vw 2000 vanwege het feit dat de vreemdeling onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt vooral herstel te zijn beoogd. Bij de intrekking wegens fraude op grond van de RWN kan dit worden betwijfeld. Dit geldt in het bijzonder wanneer intrekking plaatsvindt vanwege fraude, terwijl naderhand alsnog originele documenten worden overgelegd met dezelfde inhoud. Wat betreft de normering van de intrekkingsbevoegdheid geldt dat intrekking op grond van de RWN in beginsel geen terugwerkende kracht heeft (art. 2 lid 1 RWN). Een uitzondering geldt voor de situatie waarin intrekking plaatsvindt vanwege fraude. Intrekking van een verblijfsvergunning kan gelet op hetgeen is bepaald in de Vreemdelingencirculaire en blijkens de jurisprudentie eveneens met terugwerkende kracht geschieden. Wijziging is slechts mogelijk ten aanzien van de verblijfsvergunning regulier, waarmee wordt gedoeld op de wijziging van de beperking waaronder de vergunning is verleend.