De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/III.15.1.1:III.15.1.1 Omgevingsrecht
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/III.15.1.1
III.15.1.1 Omgevingsrecht
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS377669:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Gekozen is voor bestudering van de intrekkingsregeling zoals neergelegd in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het betreft een algemene regeling die geldt voor alle typen omgevingsvergunningen die op grond van de Wabo kunnen worden verleend. De regeling valt uiteen in drie kernbepalingen: een bepaling inzake wijziging van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften (art. 2.31 Wabo), een bepaling met betrekking tot de beleidsmatige intrekking van de omgevingsvergunning (art. 2.33 Wabo) en een aparte bepaling inzake de intrekking bij wijze van sanctie (art. 5.19 Wabo). De artikelen 2.31 en 2.33 Wabo zijn op gelijke wijze vormgegeven: het eerste lid bevat een gebonden wijzigings-, respectievelijk intrekkingsbevoegdheid en het tweede lid een discretionaire bevoegdheid daartoe. Art. 5.19 Wabo, de sanctiebepaling, is eveneens discretionair van aard.
Gelet op de jurisprudentie wordt aangenomen dat deze intrekkingsbepalingen limitatief zijn. Intrekking is slechts mogelijk indien zich een van de intrekkingsgronden voordoet. Kenmerkend voor de intrekkingsregeling in de Wabo is dat de gronden voor intrekking veelal zijn toegespitst op een bepaald type omgevingsvergunning. Wat betreft de kwalificatie van de intrekking, levert de intrekking van de omgevingsvergunning bij wijze van sanctie doorgaans een herstelsanctie op. Met betrekking tot de normering van de intrekkingsbevoegdheid bevat de Wabo enkel een bepaling inzake de vergoeding van schade die de geadresseerde lijdt ten gevolge van de intrekking (art. 4.2 Wabo).