Natrekking door onroerende zaken
Einde inhoudsopgave
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/5.3:5.3 Deelnetten
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/5.3
5.3 Deelnetten
Documentgegevens:
P.J. van der Plank, datum 01-05-2016
- Datum
01-05-2016
- Auteur
P.J. van der Plank
- JCDI
JCDI:ADS484310:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Bijzondere onderwerpen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rechtbank ’s-Gravenhage 15 april 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BI7408.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Illustratief in dezen is de casus die in 2009 aan de Rechtbank ’s-Gravenhage voorgelegd werd.1 De gemeente had een stuk grond overgedragen aan een projectontwikkelaar. Laatstgenoemde had daar een Winkelhof gebouwd, bestaande uit woningen, een winkelcentrum, een sporthal en een parkeergarage. In de grond werd een rioleringsstelsel aangebracht, dat aangesloten werd op de omliggende gemeentelijke riolering. De vraag ontstond wie eigenaar is van het rioleringsstelsel onder de Winkelhof, in verband met de vraag wie zorg diende te dragen voor het beheer en het onderhoud daarvan. Uiteindelijk kwam het aan op de vraag of de zogenaamde terreinriolering een particulier deelnet was of dat het behoorde tot de gemeentelijke riolering.
Ook dit wordt bepaald door de verkeersopvatting. De vraag is of het een feitelijke en functionele eenheid is. Hierbij kunnen dingen als de diameter van de buizen of het al dan niet bestaan van aansluitpunten of ontstoppingsstukken
een rol spelen.
In de zojuist besproken casus resulteerde dit er in dat het rioleringsstelsel onder de Winkelhof tezamen met de gemeentelijke riolering één net vormde, nu de enige kenbare grens tussen het riool onder de Winkelhof en de gemeentelijke riolering gevormd werd door de perceelsgrens. Op grond hiervan oordeelde de rechtbank dat het riool onder de Winkelhof op grond van art. 3:4BWbestanddeel was van het gemeentelijk riool. Beter gezegd: op grond van art. 3:4 lid 1 BW.
5.3.1 Wanneer is een net deelbaar?