De huur van ongebouwde onroerende zaken: een leemte in de wet
Einde inhoudsopgave
De huur van ongebouwde onroerende zaken (R&P nr. VG8) 2017/6.2.3:6.2.3 Conclusie
De huur van ongebouwde onroerende zaken (R&P nr. VG8) 2017/6.2.3
6.2.3 Conclusie
Documentgegevens:
mr. E.H.M. Swaneveld-Bakelaar, datum 26-04-2016
- Datum
26-04-2016
- Auteur
mr. E.H.M. Swaneveld-Bakelaar
- JCDI
JCDI:ADS380118:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Bijzondere onderwerpen
Huurrecht / Verplichtingen huurder en verhuurder
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De huurder van een ongebouwde onroerende zaak heeft geen specifieke bescherming als het gaat om de duur van de huurovereenkomst. Het gemis van die bescherming vormt in bepaalde gevallen echter wel een knelpunt. Zo is een huurder die de ongebouwde onroerende zaak bedrijfsmatig gebruikt er niet zeker van dat hij zijn investeringen in het gehuurde kan afschrijven en dat hij zijn bedrijfsplannen kan voltooien. De huurder die het gehuurde bebouwt en onderverhuurt krijgt te maken met de duurbescherming die zijn onderhuurder heeft, waardoor de onderhuurovereenkomst nog kan voortduren terwijl de hoofdhuurovereenkomst al wel kan worden beëindigd. Een huurder die een ongebouwde onroerende zaak zelf bebouwt en de bebouwing zelf gaat gebruiken, heeft overigens ook belang bij een minimumduur om zijn investering terug te verdienen. Al deze huurders hebben een eigen – en naar mijn mening gerechtvaardigd – belang bij een oplossing voor deze knelpunten. De afweging van de belangen van deze huurders tegen die van de verhuurders komt in het volgende hoofdstuk aan de orde.