De huur van ongebouwde onroerende zaken: een leemte in de wet
Einde inhoudsopgave
De huur van ongebouwde onroerende zaken (R&P nr. VG8) 2017/6.3:6.3 Rechten en plichten van partijen
De huur van ongebouwde onroerende zaken (R&P nr. VG8) 2017/6.3
6.3 Rechten en plichten van partijen
Documentgegevens:
mr. E.H.M. Swaneveld-Bakelaar, datum 26-04-2016
- Datum
26-04-2016
- Auteur
mr. E.H.M. Swaneveld-Bakelaar
- JCDI
JCDI:ADS380119:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Bijzondere onderwerpen
Huurrecht / Verplichtingen huurder en verhuurder
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De huurder van een ongebouwde onroerende zaak heeft niet alleen te maken met (het ontbreken van) bepalingen over de duur van de huurovereenkomst. Gedurende de looptijd van de huur krijgt hij te maken met een aantal rechten en verplichtingen die vallen onder de zogenoemde ‘algemene bepalingen’ van titel 7.4 BW. Deze bepalingen zijn opgenomen in artikel 7:201-7:231 BW. Daarnaast kan gedurende de looptijd van de huurovereenkomst blijken dat de huurder rechten mist die aan huurders van andere huurobjecten (gebouwde onroerende zaken in het algemeen of woonruimte of 290-bedrijfsruimte in het bijzonder) wel zijn toegekend.
In deze paragraaf ga ik achtereenvolgens in op de gebrekenregeling (artikel 7:204- 7:210 BW), de zelfwerkzaamheid en het wegneemrecht van de huurder (artikel 7:215 en 7:216 BW) en de regeling ‘koop breekt geen huur’ (artikel 7:226 BW). Bij het bespreken van de gebrekenregeling ga ik in op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging in het gehuurde. De mogelijkheden om van de bepalingen van de gebrekenregeling af te wijken in de huurovereenkomst bij huur van een ongebouwde onroerende zaak zijn weliswaar dezelfde als bij de huur van een gebouwde onroerende zaak die geen woonruimte is, doch vanwege de grote gevolgen die afwijkingen van de wettelijke regeling kunnen hebben in geval van bodemverontreiniging, wil ik dit knelpunt niet onbesproken laten. De zelfwerkzaamheid en het wegneemrecht zijn van belang voor de huurder die de gehuurde ongebouwde onroerende zaak zelf van bebouwing voorziet. De regeling ‘koop breekt geen huur’ is het bespreken waard omdat de bescherming van de huurder van een ongebouwde onroerende zaak hier duidelijk afwijkt van die van de huurder van een gebouwde onroerende zaak. Na de bespreking van deze regelingen die in de algemene bepalingen van de titel huur zijn geregeld, ga ik nog in op de huurprijs en medehuur en indeplaatsstelling. Ik ga daarbij in op de regelingen omtrent de huurprijs bij de huur van 290-bedrijfsruimte en woonruimte, medehuur bij huur van woonruimte en indeplaatsstelling bij de huur van 290-bedrijfsruimte. Geen van deze laatste onderwerpen is wettelijk geregeld bij de huur van ongebouwde onroerende zaken. Het ontbreken van dergelijke regelingen kan tot knelpunten leiden voor de huurder van een ongebouwde onroerende zaak.
6.3.1 De gebrekenregeling6.3.2 Zelfwerkzaamheid en wegneemrecht6.3.3 Koop breekt geen huur6.3.4 Huurprijs6.3.5 Medehuur en indeplaatsstelling