Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/2.3.4
2.3.4 Proportionaliteit
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS595234:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Vergelijk Voerman & Ras 2012, onder “Beheerste en integere bedrijfsvoering”.
IOSCO-richtlijnen 2005, p. 1; Joint Forum-richtlijnen 2005, p. 4; CEBS-richtlijnen 2006, p. 2.
Art. 5 VWEU en Protocol 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid. Zie verder Keus 2010, p. 29; Barents & Brinkhorst 2012, nr. 327-328; Gerards 2007, p. 75; en Den Houdijker 2012, p. 45-56.
De rechter toetst overigens niet vol, maar slechts marginaal aan het evenredigheidsbeginsel. De toezichthouder komt bij open normen namelijk een zekere beleidsvrijheid toe. Zie ook par. 6.3. De toetsingsmaatstaf van de rechter is of de toezichthouder onder afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen. Zie bijv. ABRvS 16 januari 2013, AB 2013/127 m.nt. Den Ouden (beëindiging subsidie Stivoro), r.ov. 4.1 en 4.3 of, meer toegespitst op de financiële sector en de pensioensector, ABRvS 25 februari 2013, JOR 2013/140,m.nt. Van Ravels en Joosen (onteigening SNS), r.ov. 20-21 en Rb Rotterdam 10 oktober 2013, PJ 2013/195, m.nt. Witte (Stichting Pensioenfonds Medewerkers Apotheken).
De diverse regelingen gaan alle, impliciet dan wel expliciet, uit van een proportionele toepassing van de uitbestedingsregels. In essentie gaat het om een open zorgvuldigheidsnorm. Welke maatregelen de onderneming concreet moet nemen, hangt op de eerste plaats samen met de potentiële risico’s die de uitbestedende onderneming loopt. Naarmate de risico’s die aan de uitbesteding zijn verbonden groter zijn, zijn verdergaande maatregelen vereist. Dat de te nemen maatregelen ten dele zijn voorgeschreven, doet aan het karakter van een open zorgvuldigheidsnorm niet af.1
Een proportionele benadering komt expliciet naar voren in de internationale richtlijnen.2 Voor de Europese richtlijnen ligt dit besloten in het Europeesrechtelijke proportionaliteitsbeginsel.3 Voor de Nederlandse uitbestedingsregels vloeit een proportionele benadering dwingend voort uit dat Europese proportionaliteitsbeginsel.
De proportionaliteitseis is in de Nederlandse uitbestedingsregels niet expliciet opgenomen. De toezichthouder is evenwel gebonden aan het evenredigheidsbeginsel. Op grond van dit beginsel moet de toezichthouder, voor zover de wet daartoe de ruimte biedt, de rechtstreeks betrokken belangen tegen elkaar af te wegen. Ook mag de uitoefening van haar bevoegdheden niet onevenredig belastend zijn voor een belanghebbende in relatie tot het doel van die bevoegdheidsuitoefening.4 Open normen zoals “zorg dragen voor” en “beheerste en integere bedrijfsvoering” bieden de toezichthouder volop ruimte om aan die proportionaliteit gestalte te geven. De maatregelen die worden gevergd in verband met de eis van een beheerste en integere bedrijfsvoering of, zoals DNB dat noemt, “in control” zijn, moeten dus zijn afgestemd op de relevante risico’s. Verdergaande maatregelen mag DNB niet eisen.5