Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/4.5.4
4.5.4 Verhouding tot effectiviteitsbeginsel
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS594108:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Zie Busch in zijn noten onder HvJEU 30 mei 2013, C-604/11, JOR 2013/274 (onder nr. 15) en AA 2013, p. 667-672 (onder nr. 21) (beide: Génil/Bankinter). Een extra reden om aan te nemen dat aantastbaarheid niet vereist is, is dat “Europa” eveneens stabiele financiële markten nastreeft (zie bijv. Overweging 3 en 4 van Verordening 1092/2010 en het rapport van High-Level Group De Larosière 2009).
Men zij erop bedacht dat een cliënt of begunstigde – uiteraard – enkel rechten kan doen gelden die hem toekomen. In par. 7.4 leg ik uit dat de uitbestedingsregels weliswaar beogen de cliënt of begunstigde te beschermen, maar dat hij desondanks aan de uitbestedingsregels geen rechten ontleent.
Handelen dat in strijd is met de prudent person-regel of de uitbestedingsregels leidt dus niet tot aantastbaarheid van die rechtshandeling wegens strijd met de wet en, normaal gesproken, ook niet tot aantastbaarheid op andere grond. Dat kan de vraag oproepen of de prudent person-regel en de uitbestedingsregels uit de Europese richtlijnen wel hun volle werking krijgen. Het antw oord op die vraag is bevestigend. Aantastbaarheid is immers niet vereist, als de begunstigde maar andere mogelijkheden heeft om effectief zijn rechten te doen gelden.1 Dat is het geval.2 In paragrafen 7.3 en 7.4 ga ik hierop nader in.