Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/4.5.3
4.5.3 Andere mogelijkheden voor uitschakeling
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS595241:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 6:248, lid 2, BW.
HR 9 januari 1998, NJ 1998, 363, m.nt. Bloembergen (Gemeente Apeldoorn/Duisterhof) en HR 25 februari 2000, NJ 2000, 471, m.nt. Bloembergen (FNV/Maas).
Ik doel hier uitdrukkelijk niet op de uitbestedingsregels die op de dienstverlener rusten.
Vergelijk het eerder aangehaalde arrest HR 25 november 1966, NJ 1967, 52 (Beschikking Beursverkeer 1947).
De situatie doet denken aan het Romeinse adagium “Nemo auditur propriam turpitudinem allegans” (niemand wordt gehoord die zich op zijn eigen schandelijke gedrag beroept) (I, 434).
Art. 19, lid 1, MiFID. De redenering is dat wanneer de beleggingsonderneming geen reële aansprakelijkheid meer houdt voor eigen fouten, dit een bedreiging is voor (de volle werking van) haar loyaliteitsverplichting.
Zo ook Busch 2013, p. 177. In gelijke zin, maar toch voorzichtiger: Busch 2014, p. 167 en Busch & Silverentand 2012, nr. 178.Het gaat niet enkel om een ondermijning van zorgplichten jegens de cliënt. In Rb Rotterdam 25 mei 2009, JOR 2009/231, m.nt. Grundmann-van de Krol onder JOR 2009/232, (Stichting Belangen Investeerders PG 201/AFM) ging de rechtbank mee in het standpunt van de AFM dat de door de aanbieder van beleggingsobjecten gebruikte uitsluiting van aansprakelijkheid “geen blijk geeft van de waarborging van een beheerste en integere bedrijfsvoering”.
Voor de strijd met de loyaliteitsverplichting van de vermogensbeheerder: Men zij erop bedacht dat een cliënt of begunstigde – uiteraard – enkel rechten kan doen gelden die hem toekomen. In par. 7.4 leg ik uit dat de uitbestedingsregels weliswaar beogen de cliënt of begunstigde te beschermen, maar dat hij desondanks aan de uitbestedingsregels geen rechten ontleent (voetnoot 546). Voor de strijd met de uitbestedingsregels die op het pensioenfonds rusten: zie par. 5.17.1.1.
Ook al blijkt een wetsstrijdige contractsafspraak niet aantastbaar, zij kan toch buiten werking blijven. Het pensioenfonds kan daartoe betogen dat een beroep door zijn dienstverlener op het beding in kwestie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.1 Dit wordt de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid genoemd. De rechter toetst dit terughoudend. Er moet niet slechts sprake zijn van strijd met de redelijkheid en billijkheid; het beroep op het beding moet (naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid) onaanvaardbaar zijn.2
Het lijkt me onaannemelijk dat daarvan sprake is wanneer een pensioenfonds een contractsafspraak maakt die in strijd is met zijn wettelijke verplichtingen. De naleving van de prudent person-regel en de (voor hem geldende)3 uitbestedingsregels is primair zijn eigen verantwoordelijkheid, niet die van zijn wederpartij. Wie contractsafspraken maakt die in strijd zijn met de wet, hoort daar niet van te profiteren door de contractsafspraak “uit te schakelen” met een beroep op de redelijkheid en billijkheid.4 Niet het beroep op het beding, maar het beroep op de redelijkheid en billijkheid zélf, zou onaanvaardbaar zijn.5
Een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid is naar mijn mening wél doeltreffend, wanneer degene die contractsafspraken maakt in strijd met de wet profiteert van de instandlating van die contractsafspraak. Dat is een spiegelbeeldige situatie. Die situatie doet zich bijvoorbeeld voor wanneer een beleggingsonderneming zich zó vergaand heeft geëxonereerd dat dit in strijd komt met de volle werking van bepalingen uit de MiFID of de Uitvoeringsrichtlijn MiFID, zoals haar loyaliteitsverplichting.6 Het beroep van deze beleggingsonderneming op de exoneratieclausule die in strijd is met haar verplichtingen is wél naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.7
Een praktisch probleem kan zich voordoen wanneer een contractsafspraak in strijd is met de verplichtingen van beide contractspartijen. In de relatie tussen pensioenfonds en vermogensbeheerder, kan een zeer vergaande exoneratieclausule in strijd zijn met zowel de loyaliteitsverplichting van de vermogensbeheerder als de uitbestedingsregels die op het pensioenfonds rusten.8 Zowel het beroep van de vermogensbeheerder op de exoneratie, als het beroep van het pensioenfonds op het illegale karakter van de exoneratie, stuiten op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. Wellicht acht de rechter het in dat geval van doorslaggevend belang wie bepalende invloed had op de inhoud van de exoneratie.