De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/II.8.3:II.8.3 Soort beschikking
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/II.8.3
II.8.3 Soort beschikking
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS374102:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voorts is het soort beschikking van belang voor de uitoefening van de bevoegdheid tot intrekking. In de eerste plaats kan onderscheid worden gemaakt tussen de intrekking van een begunstigende of belastende beschikking. Vooral de intrekking van een begunstigende beschikking kan problematisch zijn, nu de geadresseerde door de intrekking aan hem toegekende rechten of aanspraken kwijtraakt. Dat maakt dat vooral de intrekking van een begunstigende beschikking in sterke mate wordt genormeerd door onder andere de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. In het bijzonder is het materiële rechtszekerheidsbeginsel van belang. Dit beginsel verzet zich onder omstandigheden tegen de intrekking met terugwerkende kracht van een begunstigende beschikking. Betreft het de intrekking van een voor de geadresseerde belastende beschikking, dan komt deze in een voordeliger positie terecht. Het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel zullen niet snel in het geding zijn. Wel dient bij de intrekking rekening te worden gehouden met de belangen van derden en het algemeen belang.
Een tweede relevant onderscheid is het onderscheid tussen aflopende en duurbeschikkingen. Een aflopende beschikking is gericht op een aflopend rechtsgevolg. Gedacht kan worden aan beschikkingen die worden gegeven voor een eenmalige situatie of aflopende handeling. Een dergelijke beschikking raakt op een bepaald moment uitgewerkt. Een duurbeschikking is gericht op een voortdurend rechtsgevolg. Er wordt een duurzame rechtsverhouding tussen de geadresseerde en het bestuursorgaan tot stand gebracht. Een dergelijke rechtsverhouding impliceert een voortdurend overheidstoezicht. Het onderscheid tussen aflopende en duurbeschikkingen is om twee redenen van belang. In de eerste plaats is de mogelijkheid tot intrekking van een aflopende beschikking beperkt, in die zin dat wanneer aanleiding bestaat om een aflopende beschikking in te trekken nadat deze is uitgewerkt, enkel de intrekking ex tunc kan leiden tot het daadwerkelijk aantasten van de rechtsgevolgen van de betreffende beschikking. Betreft het een duurbeschikking, dan geldt dat naarmate de beschikking langer in stand blijft, eerder rekening moet worden gehouden met een mogelijke intrekking. Na het verstrijken van tijd wordt het immers steeds eerder aannemelijk dat zich een aanleiding voor intrekking voordoet.