De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV
Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/6.5.3.4:6.5.3.4 Het recht op liquidatieoverschot
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/6.5.3.4
6.5.3.4 Het recht op liquidatieoverschot
Documentgegevens:
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS388947:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van der Grinten 1991, p. 122-123; Eisma 1991, p. 31 en Prinsen 2004, p. 133.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De statutaire grondslag van het participatiebewijs komt eveneens tot uitdrukking in het recht op het liquidatieoverschot. Art. 2:23b lid 1 eerste volzin BW bepaalt dat de vereffenaar hetgeen na de voldoening van de schuldeisers van het vermogen van de ontbonden rechtspersoon is overgebleven, in verhouding tot ieders recht overdraagt aan hen die krachtens de statuten daartoe zijn gerechtigd, of anders aan de leden of aandeelhouders. In de statuten zal dus bepaald moeten zijn dat de houder van een participatiebewijs recht heeft op het liquidatieoverschot. Ontbreekt een dergelijke bepaling, dan heeft de houder van een participatiebewijs geen recht op het liquidatieoverschot. Ook hier geldt een grote mate van vrijheid. In de literatuur wordt een vast bedrag, een breukdeel op het overschot, op gelijke voet met de aandeelhouders, bij voorrang op de aandeelhouders (of juist niet) genoemd.1