Toerekening van kennis aan rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/11.6.8:11.6.8 Conclusie
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/11.6.8
11.6.8 Conclusie
Documentgegevens:
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS596156:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In de ruime betekenis die het woord in deze paragraaf heeft, namelijk gedrag dat leidt tot een vordering van de rechtspersoon op de bestuurder en dat door de bestuurder verborgen wordt gehouden.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
568. Op grond van art. 3:320 jo 321 lid 1 sub d BW (de verlengingsregeling) bestaat een grond voor verlenging van de verjaring tussen rechtspersonen en hun bestuurders met zes maanden. Deze regeling veronderstelt, zo volgt uit Huisman q.q./Hoskens, dat de verjaringstermijn van een rechtsvordering van de rechtspersoon op zijn bestuurder aanvangt op het moment dat die bestuurder kennis krijgt van de schade en van het feit dat hij daarvoor aansprakelijk is. Naar mijn mening is deze veronderstelling onjuist wanneer de bestuurder deze informatie verborgen heeft gehouden voor anderen binnen de rechtspersoon. Zou dat anders zijn, dan zou de rechtsvordering van de rechtspersoon op een frauderende bestuurder verjaren indien de bestuurder erin zou slagen om de fraude1 meer dan vijf jaar en maximaal zes maanden na zijn defungeren geheim te houden. In deze paragraaf heb ik toegelicht waarom Huisman q.q./Hoskens niet tot dit gevolg leidt. Eén optie is om aan de (ex-)bestuurder het beroep op verjaring te ontzeggen op grond van de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid. Zowel dogmatisch als praktisch heeft het echter mijn voorkeur om, in de relatie tussen de rechtspersoon en zijn frauderende bestuurder, de kennis van de frauderende bestuurder niet toe te rekenen aan de rechtspersoon. De verjaringstermijn begint in dat geval pas te lopen een dag nadat een ander binnen de rechtspersoon kennis krijgt van de schade en de aansprakelijke persoon. Het moet dan gaan om een functionaris die zelf bevoegd is de verjaring te stuiten of tot wiens takenpakket het mag worden gerekend om dergelijke informatie aan de bevoegde persoon door te leiden.
In deze paragraaf besprak ik ook de merites van drie andere benaderingen, te weten het argument dat de rechtspersoon niet daadwerkelijk in staat was een rechtsvordering in te stellen (criterium Saelman/VU), een ruime uitleg van art. 3:320 jo 3:321 lid 1 sub f BW en het argument dat de bestuurder jegens de rechtspersoon aansprakelijk is voor het laten intreden van de verjaring.
Voor de start van de verjaringstermijn is niet altijd kennis van een bestuurder nodig; deze kan aanvangen met de kennis van een andere functionaris over de schade en de aansprakelijke persoon.
Voor andere functionarissen dan bestuurders bestaat geen verlengingsregeling. Is de functionaris in kwestie zelf de aansprakelijke persoon, dan mag ook zijn kennis op dat punt naar mijn mening niet aan de rechtspersoon worden toegerekend.