Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/8.8.1
8.8.1 Meerderheid in bedrag in alle klassen, zonder headcount
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook paragraaf 4.3.7 hiervoor.
S.C.J.J. Kortmann en N.E.D. Faber (red.), Geschiedenis van de Faillissementswet. Heruitgave Geschiedenis van de wet op het Faillissement en de Surséance van Betaling, deel I, bewerkt door Mr. G.W. Baron van der Feltz, Haarlem 1896, W.E.J. Tjeenk Willink 1994, p. 164.
Zie in dit verband ook B.S.J.M. van Gangelen en G.H. Gispen, Voorstellen tot verbetering van de surseance en het akkoord, in “Overeenkomsten en insolventie”, red. N.E.D. Faber, J.J. van Hees en N.S.G.J. Vermunt, Kluwer, 2012, p. 319.
Section 1.19(2) Insolvency Rules 1986 ten aanzien van crediteuren: “A resolution to approve the proposal or a modification is passed when a majority of three-quarters or more (in value) of the present and voting in person or by proxy have voted in favour of it”. Section 1.19(2) Insolvency Rules 1986 ten aanzien van aandeelhouders: “Subject as follows, and to any express provision made in the articles, at a company meeting any resolution is to be regarded as passed if voted for by more than one-half (in value) of the members present in person or by proxy and voting on the resolution.”
Betekent: niet van deze tijd.
G. O’Dea, Schemes of arrangement, Oxford University Press, 2012, p. 6 en p. 109.
J. Payne, Schemes of Arrangement, Cambridge University Press, 2014, p. 61 e.v.
In Spanje is de head count op kritiek gestuit, met name op de grond dat de mate van zeggenschap die de head count toekent niet overeenstemt met het economisch belang en het feit dat de head count manipulatie in de hand werkt. Zie “Comentarios a la Ley de suspensión de pagos” Sagrera Tizón, J.M. Tomo III. Editorial Barcelona Bosch, 1974, “Las causas de impugnación al convenio en la suspensión de pagos”; Sala Reixachs, A. Editorial Labor, 1988; “La suspensión de pagos” Torres de Cruells, J. Editorial Bosch, 1995. Om deze redenen heeft de Spaanse wetgever de head count afgeschaft. Er is thans slechts een meerderheid in bedrag vereist. Zie artikelen 124, 125 en 134 van de Spaanse Faillissementswet met betrekking tot een akkoord in een formele insolventieprocedure en de additionele bepaling #4 met betrekking tot de nieuwe Spaanse “scheme of arrangement”. Om vergelijkbare redenen heeft Frankrijk ook de head count afgeschaft (L. 626-30-2 de Code Commerce). Engeland heeft afgezien van het opnemen van een head count bij de invoering van de Company Voluntary Arrangement (section 1.19(2) Insolvency Rules 1986). In Duitsland bestaat geen head count voor beslissingen van obligatiehoudersvergaderingen (art. 6 SchVG) en de crediteurencommissie (art. 76 InsO). Voor beslissingen over het aannemen van een akkoord bestaat de head count in Duitsland nog wel (art. 244 InsO). In Italië bestaat geen head count voor een schuldherstructureringsovereenkomst (accordo di ristrutturazione dei debiti) (art. 182bis van de Italiaanse Insolventiewet). Voor een formeel akkoord bestaat er in Italië een meerderheidsvereiste van het aantal claims vergelijkbaar met de meerderheidseis in Chapter 11.
World Bank, Principles for Effective Insolvency and Creditor/Debtor Regimes, Revised 2015, p. 26, principle C.14.3: “For voting purposes, classes of creditors may be provided with voting rights weighted according to the amount of a creditor’s claim.” Zie ook World Bank, Principles and Guidelines for Effective Insolvency and Creditor Rights Systems, April 2001, p. 50: “Voting should be simplified – voting by amount of debt rather than number of creditors (…)”.
Het akkoord zou in beginsel slechts als aangenomen moeten worden beschouwd indien alle klassen vóór hebben gestemd.1 Een klasse heeft vóór gestemd indien een bepaalde meerderheid binnen die klasse vóór heeft gestemd.
De per klasse vereiste meerderheid zou slechts een meerderheid in bedrag moeten zijn, geen meerderheid in het aantal schuldeisers (head count).
Naar huidig Nederlands recht is dit anders. Op grond van artikel 145 Fw is zowel een meerderheid van het aantal schuldeisers nodig, als een meerderheid in bedrag. Met de cumulatieve eis van het aantal stemgerechtigde schuldeisers en het bedrag van de vorderingen waarvoor een stem mag worden uitgebracht, wilde de wetgever bereiken dat noch grote aantallen kleine schuldeisers noch enkele grote schuldeisers de uitslag van de stemming kunnen bepalen.2 De eis van de meerderheid van het aantal schuldeisers (de head count) is bedoeld om de “kleine schuldeisers” te beschermen, dat wil zeggen schuldeisers met relatief kleine vorderingen. Schuldeisers met kleine vorderingen kunnen grote partijen zijn. Het is de vraag waarom partijen met kleine vorderingen extra bescherming verdienen en méér zeggenschap zouden moeten hebben in verhouding tot hun belang dan schuldeisers met grote vorderingen (die gemeten naar omvang ook relatief klein kunnen zijn). De schuldeisers met kleine vorderingen zijn niet op voorhand als “zwak” of anderszins “zielig” aan te merken. Zij hebben eerder geluk dat hun verlies in het faillissement relatief beperkt is gebleven. Is een grote leverancier die met zijn commerciële onderhandelingsmacht stipte betaling heeft weten af te dwingen en daardoor een relatief kleine achterstand heeft opgelopen als “zieliger” aan te merken dan een handelspartij die deze macht niet heeft en daardoor een relatief grote achterstand heeft opgelopen? Handelscrediteuren bestaan niet alleen uit kleine eenmanszaken en familiebedrijven, maar ook uit grote internationale al dan niet beursgenoteerde ondernemingen. Handelscrediteuren zijn niet op voorhand als zieliger of zwakker aan te merken dan andersoortige crediteuren, nog afgezien van het feit dat handelscrediteuren ook nog een commerciële of feitelijke dwangpositie kunnen uitoefenen die andersoortige crediteuren meestal niet hebben. Ook door de opkomst van nieuwe financiële diensten en partijen is op voorhand bepaald niet te zeggen dat schuldeisers met kleine vorderingen extra bescherming verdienen. Grote kredietverzekeraars treden vaak in de plaats van de handelscrediteuren. Hedgefondsen kopen vaak kleine vorderingen op om daarmee voor een relatief gering bedrag informatie en een “plek aan tafel” te krijgen (“information piece”). Dit zijn allemaal partijen die mijns inziens niet méér zeggenschap in verhouding tot hun belang verdienen dan de partijen die een groter verlies in het faillissement lijden.
Een head count heeft in belangrijke mate een arbitrair karakter en kan tot onnodige en tijdrovende complicaties leiden. Zo maakt een head count het nodig om aan verhandelbare obligaties en andere bij het akkoord betrokken effecten een afzonderlijke stem toe te kennen, omdat het aantal stemmen als gevolg van verhandeling van de instrumenten anders voortdurend zou fluctueren. Het behandelen van effecten als afzonderlijke schuldeisers heeft echter weer als nadeel dat het de uitslag grotendeels willekeurig maakt. Het aantal stemmen dat een effectenhouder heeft, is dan afhankelijk van de toevallige coupuregrootte of het nominaal bedrag van het effect. Er bestaat geen goede reden waarom een obligatie- of effectenhouder zoveel stemmen zou moeten hebben als dat hij effecten heeft, terwijl een gewone schuldeiser slechts één stem heeft ongeacht het aantal en de omvang van de vorderingen die hij houdt. De head count leidt ook tot complicaties bij de verhandeling van gewone vorderingen op naam wat mede als gevolg van de intrede van “distressed investors” in toenemende mate voorkomt. Indien een investeerder van vele verschillende partijen vorderingen opkoopt en overneemt, verliest hij door de head count de daarbij behorende stemmen. Hij heeft slechts één stem, ongeacht het aantal vorderingen dat hij verwerft. Ook dit heeft een arbitrair element en leidt tot het optuigen van allerlei constructies om aan de gevolgen daarvan te ontkomen. Tot slot leidt een head count ertoe dat de mate van zeggenschap niet evenredig is aan het gehouden economisch belang. Neem het voorbeeld van twee crediteuren, een crediteur met een kleine vordering van 1 en een crediteur met een grote vordering van 1.000. Met een head count vereiste heeft de crediteur met de kleine vordering blokkerende zeggenschap, terwijl deze minder dan 1 promille van het economische belang vertegenwoordigt. In de praktijk kunnen de kleinste en de grootste vorderingen nog aanzienlijk verder uit elkaar liggen. Een head count geeft kleine crediteuren een onevenredige mate van zeggenschap die in geen verhouding staat tot hun economisch belang. Dit kan leiden tot allerlei manipulatie waarbij de kleine crediteuren worden bevoordeeld om de stemuitslag te beïnvloeden.3 Bij vennootschappelijke besluitvorming, zoals in een algemene vergadering van aandeelhouders, bestaat geen head count maar slechts een meerderheidseis in bedrag. Niet valt in te zien waarom dat bij besluitvorming in het kader van een herstructurering anders zou moeten zijn.
Van het opnemen van een head count heeft de Engelse wetgever afgezien bij het invoeren van de CVA (Company Voluntary Arrangement). De CVA procedure kent slechts een meerderheidsvereiste in bedrag.4
O’Dea pleit ervoor de head count ook voor de Engelse scheme of arrangement af te schaffen: “In the authors’ opinion section 899 of Companies Act 2006 [dat het meerderheidsvereiste voor schemes of arrangement bevat] should be amended so as to eliminate the numerosity test as well. The numerosity requirement is an anachronism5 , and issues concerning the oppression of minorities can be considered in the round at the sanction hearing.”6
Zie voor een uitgebreid pleidooi voor afschaffing van de head count bij schemes ofarrangement ook Jennifer Payne, die erop wijst dat verschillende landen die schemes of arrangement in hun wetgeving hebben geïmporteerd de head count test hebben afgeschaft, zoals New Zeeland, Canada en India en dat andere landen thans overwegen de head count test af te schaffen zoals Singapore, Australië en Hong Kong.7 Ook in andere landen is of wordt de head count afgeschaft of staat deze aan kritiek bloot.8 Intussen adviseert ook de Wereldbank om bij het formuleren van een meerderheidseis een head count achterwege te laten en uitsluitend aan te knopen bij het vertegenwoordigde bedrag.9
Afschaffing of het achterwege laten van een headcount kan ontegenzeggelijk de democratische legitimatie van de besluitvorming onder druk zetten. Het is denkbaar dat één enkele schuldeiser, of een kleine minderheid van schuldeisers binnen de klasse de meerderheid in bedrag houdt en daarmee de meerderheid in aantal kan binden. Dit is echter inherent aan het wegen van stemmen naar economisch belang. Bij aandeelhoudersbesluitvorming bij vennootschappen werkt dit niet anders. Waar een minderheid van schuldeisers in aantal de meerderheid in bedrag houdt en de stemming controleert, moet de rechter extra alert zijn dat de schuldeisers met de dominante posities niet stemmen met het oog op belangen die niet representatief zijn voor of in strijd zijn met de belangen van de klasse. Zie in dit verband ook paragraaf 4.3.3.