Einde inhoudsopgave
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/7.3.1.1
7.3.1.1 ‘Terugwerkende kracht hoort bij de ratio van de verkrijging door verjaring’
P.J. van der Plank, datum 01-05-2016
- Datum
01-05-2016
- Auteur
P.J. van der Plank
- JCDI
JCDI:ADS481903:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Bijzondere onderwerpen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Voetnoten
Voetnoten
A.C. van Schaick, ‘De terugwerkende kracht van de verkrijgende verjaring’, WPNR 2011/6887.
A.C. van Schaick, Rechtsgevolgen en functies van bezit en houderschap, Deventer: Kluwer 2014, p. 125.
P.C. van Es, ‘Naschrift’, WPNR 2011/6887.
‘Wesentlicher Bestandteil’.
Uit de toelichting bij het BGB blijkt dat de reden voor het opnemen van dit wetsartikel (eveneens) is gelegen in de uit het Romeinse recht stammende regel ‘superficies solo cedit’. In het Duitse recht wordt deze superficiesregel derhalve zo uitgelegd dat de regel dat de opstal de grond volgt betekent dat een gebouw bestanddeel wordt van de grond. Zie o.m. J. von Staudinger, Kommentar zum Bürgerlichen Gesetzbuch mit Einfuhrunggsgesetz und Nebengesetzen, Erstes Buch, Allgemeiner Teil, Berlin: Sellier de Gruyter 1995, p. 588.
Volgens Van Schaick hoort de terugwerkende kracht bij de ratio van de verkrijging door verjaring.1 Dit onderbouwt hij met de stelling dat dit in alle Frans georiënteerde stelsels wordt aangenomen.2 Met Van Es vind ik dit argument (alleen) niet overtuigend.3 Het Duitse recht bepaalt bijvoorbeeld expliciet dat een gebouw bestanddeel4 is van de grond (§ 94 BGB).5 Toch heeft dit nooit in de weg gestaan aan de discussie of dit naar Nederlands recht ook zo is.
Zoals ik in het navolgende uiteen zal zetten, kan goed verdedigd worden dat de verkrijging door verjaring ex nunc werkt.