De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep
Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/5.6.2.2:5.6.2.2 Besluitvorming door de vennoten, aandeelhouders en leden
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/5.6.2.2
5.6.2.2 Besluitvorming door de vennoten, aandeelhouders en leden
Documentgegevens:
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS385547:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Tervoort 2015, p. 114. Zie voor een uitgebreide uitleg van dit vetorecht Huizink 2014, p. 27.
Kroeze, Timmerman & Wezeman 2013, p. 130.
Van Thiel 2010, p. 43.
Die ten minste 10% van het geplaatst kapitaal vertegenwoordigen.
Van Thiel 2010, p. 44.
Van Thiel 2010, p. 44.
Galle 2007, p. 17-18.
Overigens is de BV in dit kader ook flexibeler dan de NV. Op grond van art. 2:226 lid 2 BW kan de plaats van de vergadering een plaats buiten Nederland zijn. Dit is bij de NV niet mogelijk.
Van Thiel 2010, p. 46-47.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De besluitvorming vindt binnen de maatschap, in beginsel, plaats met eenparigheid van stemmen. Dit is (wederom) de hoofdregel; in de vennootschapsovereenkomst kan anders worden bepaald. Omdat elke vennoot op basis van deze hoofdregel in feite een vetorecht heeft, zal dit veelal gebeuren (zie artikel 7A:1676 sub 1 BW).1 In veel gevallen staan er in de maatschapsovereenkomst uitgebreide regelingen over wat de vennoten gezamenlijk dienen te beslissen en waartoe de vennoten zelfstandig bevoegd zijn.2 Wanneer dit niet is gebeurd, is de maatschap ten opzichte van de kapitaalvennootschappen en de coöperatie op dit punt aanzienlijk minder flexibel. Daar is voor de meeste besluiten, zoals hierna zal worden besproken, namelijk geen eenparigheid van stemmen nodig. Een ander belangrijk verschil tussen de maatschap en de kapitaalvennootschappen en de coöperatie is dat voor de laatstgenoemde rechtsvormen geldt dat zowel de algemene vergadering als de ledenvergadering altijd belast zullen zijn en blijven met de dwingendrechtelijke bevoegdheden die niet weggeschreven kunnen worden in een aandeelhoudersovereenkomst of de statuten.
De bevoegdheden van het bestuur en de algemene vergadering van de kapitaalvennootschappen en de coöperatie zijn in de vorige paragraaf al besproken. Daarom wordt in deze paragraaf ten aanzien van deze rechtsvormen slechts aandacht besteed aan de (bijzondere regels omtrent) besluitvorming in de algemene vergadering en de ledenvergadering. Titel 1 van Boek 2 BW bevat (in artikel 2:13-2:16 BW) allereerst een aantal algemene bepalingen ten aanzien het stemrecht en de geldigheid van besluiten die op alle rechtspersonen van toepassing zijn. De specifieke wettelijke regelingen over de NV, de BV en de coöperatie bevatten vervolgens nadere bepalingen omtrent onder andere de bevoegdheid tot het nemen van besluiten, oproepingstermijnen en de vereiste meerderheid (van stemmen).
Met de invoering van de Wet Flex-BV is, zoals in de vorige paragraaf gezegd, een aantal flexibele(re) bepalingen in de wet opgenomen ten aanzien van de oproeping van en de besluitvorming binnen de algemene vergadering van de BV. Zo kan de bevoegdheid tot het oproepen van de algemene vergadering (die op grond van de wet in beginsel aan het bestuur en de RvC toekomt), ook aan aandeelhouders worden toegekend indien de statuten van de BV hierin voorzien (artikel 2:219 lid 1 BW).3 Deze regeling is niet nieuw en geldt tevens voor de NV. Nieuw is wel dat waar voor de NV geldt dat in het geval dat de statuten niet in een dergelijk toekenning voorzien, de aandeelhouders4 slechts via de rechter een algemene vergadering bijeen kunnen roepen (artikel 2:110 BW), voor de BV rechterlijke tussenkomst niet noodzakelijk is. Aandeelhouders die ten minste 1% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, kunnen een schriftelijk verzoek doen aan het bestuur of de RvC om een algemene vergadering bijeen te roepen. Alleen wanneer het bestuur of de RvC geen gehoor geeft aan dit verzoek is een rechterlijke machtiging voor aandeelhouders van de BV vereist (artikel 2:220 BW).5
Daarnaast is de minimum-oproepingstermijn voor het houden van een algemene vergadering voor de BV verlaagd van vijftien dagen naar acht dagen (artikel 2:225 BW) en kan deze oproeping tegenwoordig elektronisch plaatsvinden (artikel 2:223 lid 2 BW).6 Voor de NV geldt nog steeds een oproepingstermijn van vijftien dagen (2:115 lid 1 BW) maar ook hier is elektronische oproeping van de algemene vergadering mogelijk (artikel 2:113 lid 4 BW).
Wat betreft de besluitvorming binnen de algemene vergadering is een belangrijke vernieuwing in het BV-recht dat er stemrecht- of winstrechtloze aandelen kunnen worden uitgegeven. Daarnaast zijn de mogelijkheden om te variëren in het stemrecht op aandelen uitgebreid (artikel 2:228 lid 4 en lid 5 BW). Waar de mogelijkheden wat betreft variatie in stemrecht naar oud recht beperkt waren tot variatie in nominale waarde en winstgerechtigdheid, zijn naar nieuw recht meer variaties mogelijk mits statutair vastgelegd en het besluit daartoe genomen is met algemene stemmen in een vergadering waarin het gehele geplaatste kapitaal vertegenwoordigd is (lid 4). Dergelijke stemregelingen dienen overigens wel te gelden voor alle besluiten; variatie per besluit is niet mogelijk.
Het stemrecht van leden van de coöperatie volgt uit artikel 2:38 lid 1 BW. Op grond van deze bepaling heeft elk lid tenminste één stem. In de praktijk is gedifferentieerd stemmen echter veel voorkomend. De omvang van het stemrecht wordt dan afhankelijk gesteld van bijvoorbeeld de economische interactie tussen het lid en de coöperatie of de deelname aan de financiering door het lid.7 Voor de coöperatie gelden daarnaast flexibele regels over het bijeenroepen van de algemene vergadering. De bevoegdheid hiertoe kan, naast het bestuur, in de statuten tevens aan de algemene vergadering worden toegekend (artikel 2:41 BW). Daarnaast bevat de wet, anders dan bij de NV en de BV (behalve voor statutenwijziging) geen bepaling over een oproepingstermijn voor de vergadering. Ook bevat de wet voor de coöperatie, in tegenstelling tot de wettelijke regeling over de kapitaalvennootschappen (artikel 2:116/226 BW8), geen beperkingen ten aanzien van de plaats waar de algemene vergadering gehouden wordt.9 Een ander belangrijk verschil tussen de NV, BV en coöperatie ten aanzien van besluitvorming ziet ten slotte op de mogelijkheid tot het nemen van besluiten buiten vergadering. Voor de NV geldt dat dit slechts mogelijk is indien de statuten daartoe een regeling bevatten en als dit het geval is, een dergelijk besluit vervolgens slechts geldig is als het is genomen met algemene stemmen (artikel 2:128 BW). De regeling voor de coöperatie is op dit punt al flexibeler; daar geldt op grond van artikel 2:40 BW dat de plaats van besluitvorming in feite niet relevant is mits het besluit wordt genomen met eenparigheid van stemmen, door alle leden en met voorkennis van het bestuur. De BV is in dit kader de meest flexibele rechtsvorm. Hier dienen ‘slechts’ alle vergadergerechtigden met deze wijze van besluitvorming te hebben ingestemd om geldig te kunnen besluiten buiten vergadering (artikel 2:238 lid 1 BW).