Natrekking door onroerende zaken
Einde inhoudsopgave
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/4.2.4:4.2.4 Gelijkheid van schuldeisers
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/4.2.4
4.2.4 Gelijkheid van schuldeisers
Documentgegevens:
P.J. van der Plank, datum 01-05-2016
- Datum
01-05-2016
- Auteur
P.J. van der Plank
- JCDI
JCDI:ADS484308:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Bijzondere onderwerpen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Beekhuis stelt dat zijns inziens een bevredigendere verklaring voor het eenheidsbeginsel gezocht moet worden in het feit dat de uitoefening van een zakelijk werkend afscheidingsrecht grote moeilijkheden zou kunnen opleveren bij beslag en faillissement. Als de curator of de schuldeiser vóór de verkoop een derde toe zou moeten staan bepaalde delen van de zaak tot zich te nemen, zal de resterende zaak, ook indien er geen beschadiging aan de zaak heeft plaatsgevonden volgens hem moeilijk verkoopbaar zijn. Dit leidt er volgens Beekhuis toe dat een zakelijk werkend afscheidingsrecht niet toelaatbaar behoort te zijn.
Ook dit hangt nauw samen met het motief van rechtszekerheid, nu het volgens Beekhuis onwenselijk is dat schuldeisers bij verhaal geconfronteerd zouden worden met eigendomsrechten of beperkte rechten van derden op delen van hun verhaalsobject waar zij niets van af wisten. Het motief van rechtszekerheid zal in het navolgende besproken worden.