Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht
Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/4.3.5:4.3.5 Het huidige boetebeleid ten aanzien van het pleitbare standpunt en de rechtsontwikkeling
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/4.3.5
4.3.5 Het huidige boetebeleid ten aanzien van het pleitbare standpunt en de rechtsontwikkeling
Documentgegevens:
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS572330:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998 van 19 december 1997, AFZ97/4578, toelichting bij par. 25, VN 1998/3.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft in zijn hoedanigheid van uitvoerder van de wet vanaf 1997 in het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst bekendgemaakt dat voor vergrijpboetes geen plaats is als de belastingplichtige een standpunt heeft ingenomen dat, gelet op de stand van de jurisprudentie en doctrine, in die mate juridisch pleitbaar of verdedigbaar is dat de belastingplichtige redelijkerwijs kan menen juist te handelen.1 Het beleid voorziet, naar ik aanneem op grond van de veronderstelling dat het pleitbare standpunt altijd objectieve werking heeft, niet in uitzonderingen op de straffeloosheid.
Op grond van dit beleid legt de inspecteur bij een pleitbaar standpunt geen boete op of vernietigt hij de boete als in de bezwaarschriftprocedure naar voren is gekomen dat kan worden gesproken van een pleitbaar standpunt. De inspecteur is gehouden dit beleid ambtshalve, zonder dat de belastingplichtige er een beroep op doet, toe te passen.2
Hiervoor heb ik mij afgevraagd of de belastingkamer van de Hoge Raad ook tot het ontbreken van opzet zou concluderen in de situatie waarin de belastingplichtige op het moment van het indienen van de aangifte wist dat hij een onjuiste aangifte indiende en die onjuiste aangifte ook wilde indienen, maar hij naar later blijkt per toeval een naar objectieve maatstaven pleitbaar standpunt in zijn aangifte heeft verwerkt. De belastingkamer van de Hoge Raad heeft zich hier nog niet over uitgelaten en zal met het huidige beleid ook niet snel in de gelegenheid zijn om dat te doen. Als de inspecteur in de zojuist omschreven situatie een boete zou willen opleggen of handhaven, kan de belastingplichtige namelijk met een beroep op het huidige, voor hem gunstigere, beleid bewerkstelligen dat de boeteoplegging alsnog achterwege blijft of dat de opgelegde boete vervalt. Het beleid dat het pleitbare standpunt onder alle omstandigheden tot het vervallen van de boete leidt, staat in het fiscale boeterecht een rechtsontwikkeling in het nadeel van de belastingplichtige in de weg.