Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/5.5.3
5.5.3 Het niveau van deskundigheid
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS595243:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook art. 1.3, sub b, Beleidsregel geschiktheid.
De beleidsregel is overigens ook van toepassing op beleidsbepalers van financiële ondernemingen. De term die dan gebruikt wordt, is “geschiktheid” in plaats van “deskundigheid”. Een inhoudelijk verschil is niet bedoeld (zie par. 6.8.5).
Het is daarom belangrijk dat pensioenfondsen de complexiteit van hun portefeuille beperken tot beleggingen die zij zelf snappen. DNB formuleert het als: “Niet snappen, is niet doen” (DNB Beleggingsonderzoek 2010, p. 3). Zie ook par. 3.6.4.
Vergelijk DNB beleggingsonderzoek 2009, p. 6-7. DNB geeft daar een voorbeeld met betrekking tot de waardering van beleggingen.
Het vereiste deskundigheidsniveau binnen het bestuur laat zich niet makkelijk vaststellen. In de Beleidsregel geschiktheid staat dat men daarvoor in ieder geval het soort, de omvang, de complexiteit en het risicoprofiel van de onderneming in aanmerking moet nemen.1 De beleidsregel is evenwel gericht op deskundigheid van bestuurders in het algemeen2 en niet specifiek op deskundigheid in het geval van uitbesteding van vermogensbeheer door pensioenfondsen.
Naar mijn mening wordt het vereiste deskundigheidsniveau ter zake van het aspect vermogensbeheer op de eerste plaats bepaald door het risicoprofiel van de portefeuille en de complexiteit van de beleggingen. Het beleggen van een vermogen wordt immers niet complex door de omvang, maar door het gekozen risicoprofiel en de complexiteit van de geselecteerde beleggingen.3 Het vereiste deskundigheidsniveau wordt niet lager wanneer bijvoorbeeld het risicobeheer is uitbesteed aan de custodian. Het bestuur zal immers ook de rapportages van de custodian in zijn hoedanigheid van risicobeheerder moeten begrijpen, om zijn verantwoordelijkheid over de uitvoering ervan te kunnen nemen.4
Ter zake van het aspect uitbesteding zijn bij grote pensioenfondsen mogelijk wel hogere deskundigheidseisen op hun plaats. Bij grote pensioenfondsen is de aansturing van de uitbestedingsrelaties vaak complexer. Die complexiteit is het gevolg van een vaak groter aantal dienstverleners, maar ook van een complexere interne organisatie die bij de uitbesteding betrokken blijft.