Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/6.5.3
6.5.3 Actief toezicht op basis van Awb-bevoegdheden
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS595252:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Handhavingsbeleid AFM & DNB 2008. Zie ook Kuypers 2014.
Titel 5.2 Awb.
De andere bevoegdheden waarover een toezichtsmedewerker beschikt, zijn de bevoegdheden om inzage te vorderen van een identificatiebewijs (art. 5:16a Awb), monsters van zaken te nemen (art. 5:18 Awb) en vervoersmiddelen te onderzoeken (art. 5:19 Awb). Bij het toezicht op financiële ondernemingen beschikken toezichthouders overigens niet over de bevoegdheden om monsters te nemen of vervoersmiddelen te onderzoeken (art. 1:73, lid 1, Wft). De wetgever achtte deze bevoegdheden voor het toezicht op financiële ondernemingen niet relevant (Kamerstukken II, 2003-2004, 29708, nr. 3, p. 42). Voor het toezicht op pensioenfondsen zijn deze bevoegdheden niet uitgesloten, maar toepassing ervan lijkt hier niet bruikbaarder.
DNB en de AFM houden risicogebaseerd toezicht. Zij zetten hun toezichtsinspanningen daar in waar zij veronderstellen dat het risico op normschendingen en de kwalijke gevolgen daarvan het grootst zijn.1 De hierboven genoemde meldingen kunnen voor DNB of de AFM aanleiding zijn om meer toezichtsinspanningen te richten op een bepaald pensioenfonds. Voor zulk “actief toezicht” beschikken hun toezichtsmedewerkers over de bevoegdheden die de Awb hen toekent.2 Relevant zijn de bevoegdheid om plaatsen te betreden en tot het vorderen van inlichtingen of inzage in zakelijke gegevens.3
6.5.3.1 Evenredigheidsbeginsel6.5.3.2 Betreden van plaatsen6.5.3.3 Inlichtingenbevoegdheid en inzagebevoegdheid6.5.3.4 Medewerkingsplicht