Fusies en overnames in de Europese BTW
Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/4.5.3:4.5.3 Aftrekrecht overnemer
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/4.5.3
4.5.3 Aftrekrecht overnemer
Documentgegevens:
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS415788:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 27 september 2001, nr. C-16/00, FED 2002/31 (Cibo).
HvJ EU 16 juli 2015, nr. C-108/14 en C-109/14, V-N 2015/44.18 (Larentia en Minerva/Marenave).
HvJ EG 14 februari 1985, nr. 268/83, BNB 1985/315 (Rompelman).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook de overnemer zal adviseurs, advocaten en andere dienstverleners inschakelen met het oog op de aankoop van een onderneming of een gedeelte van een onderneming. De aftrek van de btw die drukt op die kosten is in het arrest Abbey National I niet aan de orde geweest. Wanneer we de principiële lijn uit het arrest doortrekken, mede met het oog op de arresten in Cibo1 en Larentia en Minerva/Marenave,2 dan is te voorspellen dat het Hof van Justitie deze kwestie desgevraagd als volgt zou beslechten:
Ten eerste moet vastgesteld worden dat geen rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaat tussen de diverse door de overnemer gebruikte diensten bij de verwerving van de algemeenheid van goederen, en één of meer in een later stadium verrichte handelingen waarvoor recht op aftrek bestaat. De btw die drukt op de gemaakte kosten voor die diensten drukt namelijk niet rechtstreeks op de diverse bestanddelen van de prijs van zijn handelingen in een later stadium waarvoor een recht op aftrek bestaat. Die uitgaven maken geen deel uit van de kosten van in een later stadium verrichte handelingen waarbij genoemde diensten worden gebruikt.
De uitgaven van een partij die een algemeenheid van goederen overneemt voor de verschillende door hem gebruikte diensten bij die aankoop, maken daarentegen deel uit van zijn algemene kosten en vertonen dus in beginsel een rechtstreekse en onmiddellijke samenhang met het geheel van zijn bedrijfsactiviteiten. Indien de overnemer zowel handelingen uitvoert waarvoor een recht op aftrek bestaat als handelingen waarvoor dat recht niet bestaat, volgt uit artikel 174 Btw-richtlijn dat hij enkel het gedeelte van de btw kan aftrekken dat evenredig is aan het bedrag van eerstbedoelde handelingen. Wanneer de diverse door de overnemer ten behoeve van de overname van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen gebruikte diensten rechtstreeks en onmiddellijk verband houden met een duidelijk afgebakend gedeelte van zijn economische activiteiten, zodat de kosten van deze diensten deel uitmaken van de algemene kosten van dat gedeelte van de onderneming, en wanneer alle met betrekking tot dit gedeelte verrichte handelingen aan btw zijn onderworpen, kan hij derhalve de btw die over de uitgaven voor de verkrijging van die diensten is geheven, volledig aftrekken.
Dit oordeel zou naar mijn idee in het licht van bestaande jurisprudentie juist zijn. Eventueel kan worden beargumenteerd dat op basis van het Rompelman-principe hoe dan ook volledige aftrek moet bestaan indien de te verwerven algemeenheid van goederen voor volledig belaste prestaties zou worden gebruikt.3 De aankoop wordt dan gezien als de eerste ondernemingshandeling, waarbij de verwerver hoe dan ook van de aan hem in rekening gebrachte btw moet worden verlost. Vanuit het perspectief van de economische neutraliteit is daar veel voor te zeggen. In die oplossing ligt evenwel de vooronderstelling besloten dat een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaat tussen de gemaakte acquisitiekosten en de belaste activiteiten van de verworven onderneming, of gedeelte daarvan. Dit is naar mijn idee met name het geval indien sprake is van een activa-passiva-transactie. Dan kan immers worden betoogd dat tussen de gemaakte aankoopkosten en de belaste handelingen van het aangekochte bedrijfsonderdeel een rechtstreeks verband bestaat, waardoor volledige aftrek mogelijk is. In die omstandigheden is het idee van een ‘afgebakend gedeelte’ derhalve onnodig.