Het schuldige geheugen?
Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.6.4:III.6.4 Algemeen toetsingskader voor het concept privacy
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.6.4
III.6.4 Algemeen toetsingskader voor het concept privacy
Documentgegevens:
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS454380:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de vorige drie paragrafen is het recht op respect voor privacy bekeken vanuit de (rechts)filosofie en het positieve recht (de rechtspraak van het EHRM en de Hoge Raad). In de volgende subparagraaf (4.1) volgt een vergelijking tussen de twee positiefrechtelijke uitwerkingen van het recht op respect voor privacy. Deze vergelijking vormt de basis voor de beantwoording van de derde deelvraag: in welke mate komen de theoretische en positiefrechtelijke opvatting met elkaar overeen? Om deze vraag te kunnen beantwoorden, is een vergelijking van de geanalyseerde artikelen, enerzijds artikel 8 EVRM en anderzijds artikelen 10 tot en met 13 Gw, noodzakelijk. Artikel 8 EVRM biedt minimumwaarborgen van mensenrechtelijke bescherming op het gebied van de privacy. De Nederlandse Grondwet kan echter strengere eisen stellen. Om tot een positiefrechtelijk kader te komen waaraan opsporingsmethoden kunnen worden getoetst, is derhalve eerst een vergelijking van de rechtspraak over artikel 8 EVRM met artikelen 10 tot en met 13 Gw nodig. In de daaropvolgende subparagraaf (4.2) wordt het positiefrechtelijke kader vergeleken met de uitwerking van de betekenis van het concept privacy in de filosofie, zodat kan worden beoordeeld in welke mate beide kaders overeenkomen. Ten slotte, in de laatste paragraaf (5), wordt het gezamenlijke kader waarin zowel filosofische als positiefrechtelijke punten terug komen, toegepast op de afname van neurogeheugendetectie in het strafprocesrecht.
III.6.4.1 Vergelijking van de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Hoge RaadIII.6.4.2 Het begrip privacy vanuit filosofisch en positiefrechtelijke perspectief vergelekenIII.6.4.3 Toetsingskader voor de toepassing van opsporingsmethoden in overeenstemming met het recht op respect voor privacy