Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.6.1
III.6.1 Privacy als filosofisch concept
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS458000:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
P.H. Blok, Het recht op privacy: Een onderzoek naar de betekenis van het begrip ‘privacy’ in het Nederlandse en Amerikaanse recht (diss. Tilburg), Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2002, p. 278.
Zie onder andere S.D. Warren & L.D. Brandeis, ‘The right to privacy’, Harv. L. Rev. 1890, 5, p. 195 en R.S. Gerstein, ‘Intimacy and Privacy’, Ethics 1978, 1, p. 76 en P.H. Blok, Het recht op privacy: Een onderzoek naar de betekenis van het begrip ‘privacy’ in het Nederlandseen Amerikaanse recht (diss. Tilburg), Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2002, p. 196-197 en D.J. Solove, ‘Conceptualizing Privacy’, CLR 2002, 4, p. 1099 e.v. en A. Moore, ‘Defining Privacy’, Journal of Social Philosophy 2008, 3, p. 412-418 en T. Almer, ‘A critical contribution to theoretical foundations of privacy studies’, JICES 2011, 2, p. 84-86.
Vgl. de beschrijving van het nemo-teneturbeginsel en het zwijgrecht in de inleiding van hoofdstuk 7.
Volgens Blok verwijst privacy in het Nederlandse en Amerikaanse recht naar ‘een levenssfeer die eigen is aan de persoon. Binnen deze sfeer mag de persoon ongedwongenzijn eigen leven leiden en inrichten overeenkomstig zijn eigen opvattingenover het goede leven.’1 Uit dit citaat kunnen twee verschillende betekenissen van het woord ‘eigen’ of ‘privaat’ worden onderscheiden die mijns inziens van essentieel belang zijn voor het concept privacy. Enerzijds betekent ‘privaat’ het geheimhouden, afzonderen, ontoegankelijk maken en verborgen houden van onder andere het lichaam en persoonlijke informatie. Anderzijds maakt het begrip duidelijk dat het om iets persoonlijks gaat, iets dat past en hoort bij de persoonlijkheid en persoonlijke opvattingen en overtuigingen. Voor de bespreking van de rationes van privacy onderscheid ik, op basis van deze twee betekenissen van het woord privaat, derhalve twee categorieën van theorieën: (1) geheimhouding van en zeggenschap over de privésfeer en (2) (de ontwikkeling van de) persoonlijkheid.2 Aan de ene kant is privacy dus een afweerrecht tegen het bekijken, vergaren, opslaan, analyseren en/of verspreiden van informatie uit de privésfeer. Anderzijds stelt het recht op privacy personen in staat zijn persoonlijke, relationele en ruimtelijke leven op basis van zijn eigen opvattingen voorkeuren in te vullen.
Overigens zijn de verschillende theorieën niet volledig van elkaar te scheiden en zijn het eerder gedeeltelijk overlappende cirkels.3 Dat komt omdat de geheimhouding betrekking heeft op de privésfeer, terwijl in de privésfeer de persoonlijkheid, en de daarop gebaseerde opvattingen over en invulling van het leven, worden ontwikkeld en geuit. Ik ga later uitgebreid in op de verhouding tussen de twee categorieën. Nu eerst worden ze los van elkaar besproken.
III.6.1.1 Privacy als afscherming- en geheimhoudingsrechtIII.6.1.2 Privacy als persoonlijkheidsrechtIII.6.1.3 Alternatieve privacyconceptenIII.6.1.4 ConclusieIII.6.1.5 Toetsingskader