Toerekening van kennis aan rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/5.7:5.7 Invulling van het Babbel-criterium
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/5.7
5.7 Invulling van het Babbel-criterium
Documentgegevens:
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS593829:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
134. Met de constatering dat toerekening van kennis dient te geschieden aan de hand van het Babbel-criterium is de praktijk niet veel geholpen. De verkeersopvattingen zijn een open norm; de invulling ervan moet geschieden aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Dit levert twee problemen op.
Het eerste probleem is dat onduidelijk is welke omstandigheden relevant zijn voor de toerekening van kennis en hoeveel gewicht toekomt aan welke omstandigheid. De hoofdstukken 9 tot en met 11 gaan hierop uitgebreid in voor gevallen waarin kennis versplinterd binnen de organisatie aanwezig is respectievelijk die waarin een functionaris kennis draagt in een andere hoedanigheid.
Het tweede probleem is dat het identificeren en wegen van omstandigheden een arbeidsintensieve aangelegenheid is, in het bijzonder voor de rechter die zijn oordeel moet motiveren, terwijl zo’n uitgebreide afweging lang niet altijd nodig is. In het merendeel van de gevallen waarin functionarissen kennis opdoen die relevant is voor een rechtsverhouding waarbij zij nauw betrokken zijn, wordt vanzelfsprekend geacht dat de kennis van de functionaris geldt als kennis van de rechtspersoon. Geeft een klant een adreswijziging door aan een medewerker van het klantcontactcentrum van de rechtspersoon, dan draagt de rechtspersoon kennis van het nieuwe adres. Ontdekt het hoofd van de juridische afdeling van een rechtspersoon dat de rechtspersoon schade heeft geleden en wie daarvoor aansprakelijk is, dan gaat de verjaringstermijn van de rechtsvordering van de rechtspersoon lopen (art. 3:310 BW). Dat is evident. Voor dergelijke standaardsituaties is het niet nodig om telkens aan de hand van een (in het vonnis uitgeschreven) weging van alle omstandigheden te bepalen of de kennis van de functionaris kan worden toegerekend aan de rechtspersoon. Hoe in dergelijke gevallen de toerekening dan moet plaatsvinden, is echter onduidelijk. Toerekening van kennis aan de hand van de verkeersopvattingen sluit mijns inziens niet uit dat vuistregels of beginselen kunnen worden geformuleerd die in wezen de uitdrukking vormen van de verkeersopvattingen in bepaalde typen gevallen en die verklaren waarom een uitgebreide weging van omstandigheden vaak achterwege kan blijven. Een poging daartoe voor wat ik ‘standaardsituaties’ noem, doe ik in hoofdstuk 7.