Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/5.7.1
5.7.1 De voorselectie
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS599903:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Moerel & Van Reeken 2009, p. 63.
Zulke adviesorganisaties helpen vaak ook bij andere onderdelen van het uitbestedingsproces.
Art. 20, lid 2, Besluit FTK. Omwille van ondernemingspensioenfondsen is een uitzondering gemaakt wanneer werkzaamheden worden uitbesteed aan de werkgever. Het komt veel voor dat de aan een ondernemingspensioenfonds verbonden werkgever kosteloos (een deel van) de pensioenadministratie verzorgt, terwijl ook (een deel van de) (mede-)beleidsbepalers van het fonds bij hem in dienst is.
Kaufmann e.a. 2009. In een voorbeeld met betrekking tot intellectuele eigendom: “We were told that there are patent, copyright, and IP protection laws in India (…). They failed to mention that the laws are impossible to enforce” (uit: Frank 2005, p. 60-62).
Zie par. 5.4.
Die overheid heeft daarvoor geen rechterlijke machtiging nodig. Ze heeft soms toegang tot informatie die zich bevinden in vestigingen van de dienstverlener in andere landen (waaronder Nederland). De opdrachtgever van die dienstverlener mag niet altijd op de hoogte worden gesteld. Zie verder Van Hoboken e.a. 2012; Voulon 2012.
Het heeft geen zin om van honderd vermogensbeheerders een offerte te vragen. Het levert veel werk op om alle offertes te vergelijken, terwijl de toegevoegde waarde van extra offertes de wet van de afnemende meeropbrengsten volgt. Toch moet er wat te kiezen over blijven. Bovendien zal de concurrentiële druk tot gunstigere biedingen van vermogensbeheerders leiden. Ook verloopt het biedingsproces niet sneller wanneer slechts met één potentiële dienstverlener wordt onderhandeld. In de praktijk blijkt een voorselectie van twee tot vier potentiële dienstverleners het beste te werken.1
In de voorselectie gaat het erom een groep van vermogensbeheerders te selecteren die in ieder geval geschikt zijn voor de taak. Daarom is het raadzaam te kijken naar reputatie, ervaring en de in het verleden door de vermogensbeheerder behaalde prestaties. De ervaring en prestaties moeten de beleggingscategorie betreffen waarvan het pensioenfonds het beheer wil uitbesteden. Een vermogensbeheerder met een goede staat van dienst in het beheer van een portefeuille met staatsobligaties is nog niet de beste kandidaat voor een vastgoedportefeuille.
Er bestaan adviesorganisaties die per beleggingscategorie de zakelijke prestaties van vermogensbeheerders op een rij zetten. Het pensioenfonds kan van de diensten van zulk een adviseur gebruik maken bij de voorselectie.2
Ter voorkoming van belangenverstrengeling mag het fonds geen dienstverlener aanstellen met wie het, op het niveau van beleidsbepalers of medebeleidsbepalers, een personele unie heeft.3 Deze dienstverleners kunnen in de voorselectie reeds worden uitgesloten.
Het vestigingsland van een dienstverlener kan in de voorselectie een (negatieve) rol spelen. Zo is het recht of de kwaliteit van het rechtssysteem in sommige landen reden tot zorg.4 Dat laat zich niet altijd oplossen met een rechts- en forumkeuze. Een veroordelend vonnis moet immers in datzelfde land van vestiging van de dienstverlener ten uitvoer worden gebracht. Behalve de kwaliteit van het rechtssysteem, kunnen ook bijzondere voorschriften een hinderpaal vormen. Eerder kwam al de mogelijkheid aan bod dat het recht van het land waar de dienstverlener is gevestigd verbiedt om informatie aan een buitenlandse toezichthouder te verstrekken.5 Een ander voorbeeld is de “USA Patriot Act”. Op grond van die wet mag de overheid van de Verenigde Staten inbreuk maken op de vertrouwelijkheid van gegevens.6 Dat kan een bezwaar zijn bij uitbestedingen waar de vertrouwelijkheid van gegevens een belangrijk punt is.