Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/149:149 Het alsnog overeenkomen van overdraagbaarheid en verpandbaarheid
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/149
149 Het alsnog overeenkomen van overdraagbaarheid en verpandbaarheid
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD19225:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. HR 16 mei 2003, JOR 2003/184, NJ 2004, 183 m.nt. WMK (De Liser de Morsain/Rabobank). Zie in het bijzonder r.o. 4.4 van dit arrest, alsmede de annotatie van Vriesendorp 2003a in AA. Zie over de uitleg van pandaktes hierna par. 7.5.1.
Idem Beekhoven van den Boezem 2003a, p. 48-49.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Nu volgens de normale uitlegregels voor overeenkomsten moet worden bepaald of een vordering onverpandbaar is, kan het voor derden, zoals potentiële pandhouders, lastig zijn om vast te stellen of een vordering onverpandbaar is als gevolg van hetgeen partijen zijn overeengekomen.1 De potentiële pandhouder die twijfelt of een vordering kan worden verpand, kan die twijfel weg laten nemen door de debiteur en de crediteur van de te verpanden vordering te laten verklaren dat de vordering kan worden (overgedragen en) verpand. Niets staat er aan in de weg dat de partijen bij een overeenkomst (de debiteur en de crediteur) door een wijziging van die overeenkomst de inhoud van een uit die overeenkomst voortvloeiende vordering wijzigen. Een krachtens beding onverpandbare vordering kan door een nieuw beding tussen schuldeiser en schuldenaar alsnog verpandbaar worden gemaakt en vice versa.2 Wel zal de debiteur hierdoor met (het voornemen tot) verpanding van de vordering bekend raken, hetgeen voor de pandgever onwenselijk kan zijn.
Omdat een krachtens partijbeding onoverdraagbare vordering naar geldend recht onverpandbaar is, doet de pandhouder die zekerheid wil hebben er verstandig aan om niet alleen te laten verklaren dat de vordering verpandbaar is, maar de debiteur en de crediteur tevens te laten verklaren dat zij overdraagbaar is.