Het pre-insolventieakkoord
Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/8.2.9:8.2.9 Mogelijkheid om vroegtijdig geschilpunten te laten beslechten
Het pre-insolventieakkoord 2016/8.2.9
8.2.9 Mogelijkheid om vroegtijdig geschilpunten te laten beslechten
Documentgegevens:
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. de ontvankelijkheidsdrempel van artikel 2:349 BW voor het starten van een enquêteprocedure.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het kader van de totstandbrenging van een akkoord is het van belang om zoveel mogelijk onzekerheden in een zo vroeg mogelijk stadium van het proces te kunnen elimineren. De aanbieder van het akkoord zou voorafgaand aan de stemming van de rechter over alle onderwerpen die de homologatie van het akkoord later in de weg zouden kunnen staan een bindende beslissing moeten kunnen vragen, voor zover daarover vóór de stemming een beslissing is te geven (“directions from the court”). De aanbieder kan het een en ander dan daarop aanpassen voordat hij het akkoord in stemming brengt.
De enige beslissingen die pas na de stemming kunnen worden genomen, zijn beslissingen die direct met de stemming en de stemuitslag verband houden. Andere beslissingen zouden, op verzoek van de aanbieder van het akkoord, eerder moeten kunnen worden gegeven. De belangrijkste beslissing die eerder zou moeten kunnen worden gegeven is die over de waardering (ik kom hier in paragraaf 8.6 uitgebreider op terug). Andere beslissingen die vóór de stemming zouden kunnen worden gegeven, zijn beslissingen over de juistheid van de klassenindeling en de deugdelijkheid van de voorgestelde stemprocedure. Een veelheid aan andere vragen kan echter opkomen. De bevoegdheid van de rechter om op verzoek van de aanbieder een uitlating te doen, zou niet tot een limitatieve lijst van specifieke onderwerpen beperkt moeten blijven.
Het is mijns inziens onwenselijk dat een ander dan de aanbieder van het akkoord de bevoegdheid heeft een tussentijdse beslissing van de rechter te vragen. Dwarsliggende crediteuren kunnen dit aangrijpen om onnodige discussie op te werpen en het proces te ontregelen. Indien de aanbieder voldoende vertrouwen heeft dat alle relevante onderdelen bij de homologatie de toets der kritiek zullen doorstaan, moet hij het omwille van de snelheid zonder tussentijdse beslissing op de homologatie kunnen laten aankomen.
Om eventuele gebreken en klachten zo vroeg mogelijk aan het licht te brengen, zou de regeling crediteuren moeten verplichten klachten en geconstateerde gebreken zo vroeg mogelijk kenbaar te maken op straffe van verval van het recht om in een later stadium alsnog op de klacht een beroep te doen.1 De aanbieder heeft dan gelegenheid de gebreken in een vroegtijdig stadium, vóór de stemming, te adresseren en waar nodig en mogelijk aan de klachten van de betrokkene tegemoet te komen. De aanbieder van het akkoord wordt dan niet pas achteraf, bij homologatie, door de geopperde bezwaren verrast op een moment waarop hij er niets wezenlijks meer aan kan doen, althans niet zonder de stemming opnieuw te doorlopen.