De huur van ongebouwde onroerende zaken: een leemte in de wet
Einde inhoudsopgave
De huur van ongebouwde onroerende zaken (R&P nr. VG8) 2017/7.2.7:7.2.7 Ontbinding van de huurovereenkomst
De huur van ongebouwde onroerende zaken (R&P nr. VG8) 2017/7.2.7
7.2.7 Ontbinding van de huurovereenkomst
Documentgegevens:
mr. E.H.M. Swaneveld-Bakelaar, datum 26-04-2016
- Datum
26-04-2016
- Auteur
mr. E.H.M. Swaneveld-Bakelaar
- JCDI
JCDI:ADS374064:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Bijzondere onderwerpen
Huurrecht / Verplichtingen huurder en verhuurder
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tot slot is er nog het gegeven dat de huurovereenkomst betreffende een ongebouwde onroerende zaak onder het huidige recht zonder tussenkomst van de rechter ontbonden kan worden als de verhuurder meent dat er sprake is van een ernstige toerekenbare tekortkoming van de huurder. Een buitengerechtelijke ontbinding is thans voldoende en de huurder die het niet eens is met de ontbinding, zal zelf de stap naar de kantonrechter moeten maken en zich erop moeten beroepen dat de ontbinding ten onrechte is ingeroepen. Ik meen dat deze relatief eenvoudige mogelijkheid voor de verhuurder om de huurovereenkomst te ontbinden niet strookt met de bescherming die de huurder heeft tegen de andere vormen van beëindiging van de huurovereenkomst, zoals hierboven besproken. Het ligt dan voor de hand om ook voor deze categorieën ongebouwde onroerende zaken een ontbinding van de huurovereenkomst door de rechter verplicht te maken. Artikel 7:231 lid 1 BW gaat dan luiden als volgt:
‘Ontbinding van een huurovereenkomst met betrekking tot een gebouwde onroerende zaak, een ongebouwde onroerende zaak als bedoeld in de artikelen 233 leden 2 en 3, 230a lid 1 of 290 leden 2 en 3, alsmede een woonwagen in de zin van artikel 235 en een standplaats in de zin van artikel 236 op de grond dat de huurder tekortgeschoten is in de nakoming van zijn verplichtingen, kan slechts geschieden door de rechter, behoudens in het geval van lid 2 en van artikel 210.’