Einde inhoudsopgave
Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht (O&R nr. 92) 2016/6.2.4
6.2.4 Ideële splitsing van bezwaard goed in aandelen
V. Tweehuysen, datum 31-01-2016
- Datum
31-01-2016
- Auteur
V. Tweehuysen
- JCDI
JCDI:ADS459287:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. art. 5:114 lid 1 (zie paragraaf 6.2.5), waarbij zich een vorm van zaaksvervanging voordoet. Vgl. ook door vermenging tenietgegane zaken die met een beperkt recht waren bezwaard. Ook daar kan zich zaaksvervanging voordoen, zie HR 14 augustus 2015, ECLI:NL:HR:2015:2192, JOR 2015/252, met noot Steneker (Glencore/curatoren Zalco).
Vgl. HR 30 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0805, NJ 2002/380 (LISV/Grifhorst). Mogelijk anders Van Hemel 1998, § V.2; Van Hemel, noot bij zojuist genoemd arrest (LISV/Grifhorst), JOR 2001/104. Zie ook HR 19 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BG1816, NJ 2009/26.
Stein, GS Vermogensrecht, art. 3:230, aant. 3.1.1, 4.1.4 (online, laatst bijgewerkt op 20 februari 2015).
164. Zojuist besprak ik het geval van verticale splitsing van onroerende zaken en van fysieke splitsing van roerende zaken. Maar wat als een goed waarop een beperkt recht rust in een gemeenschap terechtkomt, bijvoorbeeld door erfopvolging of omdat een aandeel in een goed wordt vervreemd? Wat gebeurt er nu dit goed in aandelen wordt ‘gesplitst’ of ‘opgedeeld’?
Een vraagstuk van uniciteit doet zich in dergelijke gevallen niet voor. Bij een gemeenschappelijk geworden goed kan men niet zeggen dat een beperkt recht dat rustte op dat goed, komt te rusten op de diverse aandelen van de deelgenoten en dat het in die zin zou kunnen gaan om één beperkt recht op meerdere goederen.1 Het goed zelf en het aandeel in het goed moeten als object scherp van elkaar onderscheiden worden.2 Ook wanneer een goed gemeenschappelijk aan meerdere personen toebehoort, kan een beperkt recht op dit goed rusten, zonder dat dit in strijd komt met het uniciteitsbeginsel. Indien een aandeel in een met hypotheek bezwaard goed wordt overgedragen, wordt simpelweg een aandeel in het met hypotheek bezwaarde goed verkregen.
Het voorgaande strookt met het principe van ondeelbaarheid, zoals besproken in paragraaf 5.5.3 Dat bij dit geval van ‘splitsing’ een andere redenering gevolgd moet worden en tot een andere uitkomst gekomen wordt dan bij de hiervóór besproken gevallen van splitsing van onroerende en roerende zaken, is naar mijn mening niet bezwaarlijk. Het in de voorgaande paragrafen met betrekking tot die gevallen bestaande vraagstuk, doet zich bij een gemeenschappelijk goed simpelweg niet voor.