Het schuldige geheugen?
Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.6.2.4.3.e:Conclusie
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.6.2.4.3.e
Conclusie
Documentgegevens:
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS453174:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Al met al is de beoordeling of de inbreuk noodzakelijk is in democratische samenleving veelzijdig en gecompliceerd. Het eerste hoofdonderwerp van de beoordeling is de margin of appreciation die een staat bezit om een regeling te treffen waarin een inbreuk op het recht op respect voor privacy wordt gemaakt omdat zij beter in staat zijn om de belangen af te wegen dan het op het afstand staande Straatsburgse Hof. De bepaling van de wijdte van de margin is afhankelijk van (1) de Europese consensus; (2) het belang van het grondrecht voor het individu en; (3) het doel dat met de inbreuk wordt gediend. Het tweede hoofdonderwerp is dat de inbreuk moet voorzien in een dwingende maatschappelijke behoefte. Of de inbreuk voorziet in een dwingende maatschappelijk belang wordt beoordeeld aan de hand van eventuele minder bezwarende alternatieven en dat de inbreuk op een effectieve wijze bijdraagt aan het vervullen van de maatschappelijke behoefte. Het derde hoofdonderwerp binnen het criterium ‘noodzakelijk in de democratische samenleving’, is de proportionaliteitstoets. Alleen een proportionele inbreuk is noodzakelijk in een democratische samenleving. De proportionaliteit is ten eerste afhankelijk van het specifieke aspect van de privacy waarop een inbreuk wordt gemaakt. Het Hof onderscheidt hierbij fundamentele, essentiële, intieme aspecten van het (sociale) privéleven – zoals de lichamelijke integriteit en genetisch materiaal – en aspecten van het recht op respect voor privacy die minder belangrijk zijn – zoals professionele correspondentie. Verder wordt meegewogen de ernst en aard van het strafbare feit, de concrete breedte van de inbreuk en de gevolgde procedurele waarborgen. De precieze toepassing van deze punten op (neuro)geheugendetectie vindt plaats in paragraaf 5 van dit hoofdstuk.