Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/5.12.3
5.12.3 Het beloningsbeleid van de vermogensbeheerder
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS597606:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 21a, lid 1 en 3, Besluit FTK. Deze regels zijn bewust opgesteld naar analogie van art. 23e, lid 1 en 3, Bpr (uitgewerkt in de Regeling beheerst beloningsbeleid) en art. 35i, lid 1 en 3, Bgfo. Deze artikelen zijn per 1 januari 2015 opgenomen in art. 1:118, lid 1, Wft (Stb. 2013, 329, p. 7).
Art. 14, lid 5, Bupw. DNB is al iets stelliger. DNB verwacht “van pensioenfondsen dat zij via de uitbestedingsrelatie hun invloed kunnen aanwenden om het beloningsbeleid bij de dienstverlenende organisatie in lijn te brengen met [de Principes beheerst beloningsbeleid]” (DNB Onderzoek innovatieve beleggingen 2012, p. 4). Over die Principes, zie: Van Kranenburg 2009.
Evenzo: Gerlach 2014, par. 2.1.
Vergelijkbaar, maar voorzichtiger: Van der Graaff 2013.
Nr. 34, Code Pensioenfondsen. Naleving van de Code volgens het “comply or explain”-principe is wettelijk verplicht op grond van art. 11 Bupw.
Over beloning en bonussen valt wel te marchanderen; met de naleving van wettelijke verplichtingen niet.
Eveneens art. 14, lid 5, Bupw.
ESMA Guidelines on sound remuneration policies under the AIFMD 2013.
ESMA beschouwt in ieder geval de beloningsregels op grond van de Bankenrichtlijn als vergelijkbaar aan deze ESMA Guidelines (ESMA Questions and Answers. Application of the AIFMD 2015, p. 6, Question 4). De Britse FCA noemt ook de beloningsregels op grond van MiFID gelijkwaardig (FCA General guidance on the AIFM Remuneration Code 2015, nr. 14).
Guideline 18, ESMA Guidelines on sound remuneration policies under the AIFMD 2013.
ESMA Guidelines on sound remuneration policies under the UCITS Directive and AIFMD. Consultation Paper 2015.
ESMA Guidelines. Remuneration policies and practices (MiFID) 2013. Nr. 34 van dit ESMA-richtsnoer is wat minder gedetailleerd over het beloningsbeleid van dienstverleners dan de ESMA-richtsnoeren voor alternatieve beleggingsinstellingen en icbe’s (ESMA Guidelines on sound remuneration policies under the AIFMD 2013 en ESMA Guidelines on sound remuneration policies under the UCITS Directive and AIFMD, Consultation Paper 2015). Dit richtsnoer is dan ook de oudste van deze drie.
Zo ook: Gerlach 2014, par. 2.1.
Art. 35i, lid 2, Bgfo. Zie ook Van de Bult 2014, p. 251-255.
Art. 92-95 Bankenrichtlijn, in het bijzonder art. 92, lid 2, sub b. Zij moeten overigens ook een beloningscommissie instellen die bij de voorbereiding van beloningsbeslissingen mede rekening houdt met “de langetermijnbelangen van aandeelhouders, investeerders en andere belanghebbenden van de instelling, alsook het algemeen belang” (art. 95, lid 2, Bankenrichtlijn). Dat omvat dus ook de belangen van cliënten.
Pensioenfondsen moeten een beheerst beloningsbeleid voeren. Het beleid moet “niet aanmoedig[en] tot het nemen van meer risico’s dan voor het fonds aanvaardbaar is”. Het beloningsbeleid moet de beloningscomponenten en beloningsstructuren omschrijven die ertoe kunnen bijdragen dat het fonds toch meer risico’s neemt dan voor hem aanvaardbaar is.1
Na uitbesteding worden de relevante beslissingen echter door medewerkers van de vermogensbeheerder genomen. Het beloningsbeleid van het pensioenfonds is op hen niet van toepassing. Het beloningsbeleid van de vermogensbeheerder kan de medewerkers (van die vermogensbeheerder) aanmoedigen tot het nemen van meer risico’s dan voor het fonds aanvaardbaar is. Een bonusregeling voor de medewerkers van de vermogensbeheerder geeft dezelfde prikkel als een bonusregeling voor de vermogensbeheerder zelf. Krijgen de medewerkers van de vermogensbeheerder een bonus wanneer zij een bovengemiddeld rendement behalen, dan is het ook voor hen aantrekkelijk om extra risico’s te nemen. Leidt dat tot meer rendement, dan ontvangen zij een bonus; leidt het tot (meer) verlies, dan is de rekening voor het pensioenfonds.
Een beheerste bedrijfsvoering brengt mee dat het pensioenfonds niet kan toestaan dat zijn vermogensbeheerder een beloningsbeleid hanteert dat ertoe aanzet dat het meer risico’s loopt dan voor hem aanvaardbaar is. Dat ondermijnt zijn verantwoordelijkheid voor de uitbestede werkzaamheden.
Bij het opstellen van het Bupw stelde de regering zich terughoudender op. Het pensioenfonds is verplicht om bij de selectie van zijn dienstverlener, diens beloningsbeleid “te betrekken”.2 De achterliggende reden is dat met name kleinere pensioenfondsen niet altijd in staat zijn om een gepast beloningsbeleid af te dwingen. Dat argument overtuigt niet. Ook kleinere pensioenfondsen kunnen stemmen met de voeten. Het aanbod aan vermogensbeheerders is groot genoeg dat zij niet feitelijk gedwongen zijn zichzelf uit te leveren.3 “Betrekken” van het beloningsbeleid van de dienstverlener bij diens aanstelling is te vrijblijvend. De “in control”- verplichting is niet vrijblijvend. Dat laat geen ruimte voor een andere conclusie dan dat het fonds met zijn dienstverlener afspraken moet maken over het beloningsbeleid.4 Dat is ook de uitwerking die de Pensioenfederatie geeft.5
Lukt het niet om afdoende contractuele afspraken te maken, dan dwingt de “in control”-verplichting het pensioenfonds om een andere vermogensbeheerder selecteren. Lukt dit niet naar tevredenheid, dan dwingt de verplichting om een over beheerste en integere bedrijfsvoering te beschikken het pensioenfonds om een andere vermogensbeheerder selecteren.6 Ook na de aanstelling moet het fonds op de hoogte blijven van het beloningsbeleid dat zijn dienstverlener hanteert.7 Het moet voorkomen dat zijn vermogensbeheerder, na diens aanstelling, alsnog onwenselijke beloningsprikkels in zijn beloningsbeleid opneemt.
In dit verband valt te wijzen op de aanpak van ESMA. ESMA heeft voor alternatieve beleggingsinstellingen richtsnoeren met betrekking tot het beloningsbeleid opgesteld.8 Wanneer een alternatieve beleggingsinstelling portefeuille- of risicobeheer uitbesteedt, verlangt ESMA dat ofwel (a) de dienstverlener reeds moet voldoen aan even effectieve toezichtsregels met betrekking tot het beloningsbeleid,9 ofwel (b) passende contractuele afspraken met de dienstverlener worden gemaakt om te verzekeren dat de richtsnoeren voor het beloningsbeleid niet worden omzeild.10 Voor Icbe’s werkt ESMA aan eenzelfde richtsnoer.11 Voor het beloningsbeleid van beleggingsondernemingen bestaat al een richtsnoer van ESMA.12
Dit lijkt mij ook voor pensioenfondsen (en andere uitbestedende ondernemingen) de juiste aanpak. Is de dienstverlener al onderworpen aan vergelijkbare en even effectieve regels, dan zijn aanvullende afspraken niet nodig. Is dat niet het geval, dan moet de uitbestedende onderneming haar verantwoordelijkheid nemen door passende afspraken te maken of, als dat niet gaat, een andere dienstverlener te selecteren.
Het is onaannemelijk dat een vermogensbeheerder de arbeidsvoorwaarden van zijn werknemers negatief mag wijzigen omdat hij daartoe een contractuele verplichting is aangegaan met een opdrachtgever.13 Toch zullen de problemen wel meevallen voor een pensioenfonds dat contractuele afspraken wil maken met zijn vermogensbeheerder over diens beloningsbeleid. Het beloningsbeleid van vermogensbeheerders (en andere financiële ondernemingen) die in Nederland zijn gevestigd, moet reeds ingaan op het eventuele risico van een onzorgvuldige behandeling van cliënten.14 Ook aan het beloningsbeleid van vermogensbeheerders die niet in Nederland zijn gevestigd, maar die wel onder de bankenrichtlijn vallen, zijn eisen gesteld. Zij gaan minder ver, maar verlangen wel dat belangenconflicten worden vermeden.15 In zoverre worden pensioenfondsen geholpen.