Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.6.1.4.2
III.6.1.4.2 Privacy en cultuur
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS456763:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
G.H. Hofstede, Culture’s consequences:international differences in work-related values, Beverly Hills, CA: Sage 1980 en G.H. Hofstede, Culture’s consequences: comparing values, behaviors, institutions, and organizations across nations, Thousand Oaks, CA: Sage 1984 en G. Hofstede, Uncommon Sense about Organizations: Cases, Studies and Field Observations, New York, NY: McGraw-Hill 1997 en G.J. Hofstede, P.B. Pederson & G. Hofstede, Exploring Culture: Exercises, Stories and Synthetic Cultures, Yarmouth, MA: Intercultural Press 2002 en G. Hofstede, G.J. Hofstede & M. Minkov, Allemaal andersdenkenden: Omgaan met cultuurverschillen, Amsterdam: Contact 2011.
G. Hofstede, G.J. Hofstede & M. Minkov, Allemaal andersdenkenden: Omgaan met cultuurverschillen, Amsterdam: Contact 2011, p. 134, 138.
G. Hofstede, G.J. Hofstede & M. Minkov, Allemaal andersdenkenden: Omgaan met cultuurverschillen, Amsterdam: Contact 2011, p. 101.
Zie ook A.L. Allen, Uneasy access: Privacy for Women in a Free Society, Totowa, NJ: Rowman & Littlefield 1988, p. 48.
P.H. Blok, Het recht op privacy: Een onderzoek naar de betekenis van het begrip ‘privacy’ in het Nederlandse en Amerikaanse recht (diss. Tilburg), Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2002, p. 303.
G. Hofstede, G.J. Hofstede & M. Minkov, Allemaal andersdenkenden: Omgaan met cultuurverschillen, Amsterdam: Contact 2011, p. 105.
P.H. Blok, Het recht op privacy: Een onderzoek naar de betekenis van het begrip ‘privacy’ in het Nederlandse en Amerikaanse recht (diss. Tilburg), Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2002, p. 303.
P.H. Blok, Het recht op privacy: Een onderzoek naar de betekenis van het begrip ‘privacy’ in het Nederlandse en Amerikaanse recht (diss. Tilburg), Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2002, p. 303.
B. Rösler, The Value of Privacy, Cambridge: Polity Press 2005, p. 15
Zie ook A.F. Westin, ‘The origins of modern claims to privacy’, in: F.D. Schoeman (ed.), Philosophical Dimensions of Privacy: An Anthology, New York, NY: Cambridge University Press 1984, p. 59-61 en D.J. Solove, Understanding Privacy, Cambridge, MA: Harvard University Press 2008, p. 183-187 en A.D. Moore, Privacy Rights, University Park, PA: The Pennsylvania State University Press 2010, p. 55 en J. DeCew, ‘Privacy’, in: E.N. Zalta (ed.), The Stanford Encyclopedia of Philosophy (Fall 2013 Edition), http://plato.stanford.edu/archives/fall2013/entries/privacy/.
A.A. Adams, K. Murata, Y. Orito & P. Parslow, ‘Emerging Social Norms in the UK and Japan on Privacy and Revelation in SNS’, IRIE 2011, 12, p. 22 en K. Farrall, ‘Online Collectivism, Individualism and Anonymity in East Asia’, Surveillance & Society 2012, 4, p. 436.
A.A. Adams, K. Murata & Y. Orito, ‘The Japanese sense of information privacy’, AI & Soc 2009, 4, p. 332-334.
A.A. Adams, K. Murata, Y. Orito & P. Parslow, ‘Emerging Social Norms in the UK and Japan on Privacy and Revelation in SNS’, IRIE 2011, 12, p. 22.
F. Furuoka & I. Kato, ‘The “Honne-Tatemae” Dimension in Japan’s Foreign Aid Policy’, electronic journal of contemporary Japanese studies 2008 (3), p. 6 en A.A. Adams, K. Murata & Y. Orito, ‘The Japanese sense of information privacy’, AI & Soc 2009, 4, p. 332.
G. Hofstede, G.J. Hofstede & M. Minkov, Allemaal andersdenkenden: Omgaan met cultuurverschillen, Amsterdam: Contact 2011, p. 105.
Zie ook A.F. Westin, ‘The origins of modern claims to privacy’, in: F.D. Schoeman (ed.), Philosophical Dimensions of Privacy: An Anthology, New York, NY: Cambridge University Press 1984, p. 61-70
Deel vijf, hoofdstuk een.
F.M. Dostojevski (vertaald door L. Reedijk), Misdaad en straf, Amsterdam: Polak & Van Gennep 2009, p. 431. In de Engelse vertaling van Costance Garnett wordt het verband met privacy expliciet gemaakt (in plaats van de Nederlandse vertaling waarin van ‘behoeften’ wordt gesproken): ‘How vexed I am that when I was expounding our system I referred prematurely to the question of personal privacy! It’s always a stumbling-block to people like you,’
Ten minste in de hedendaagse indeling wordt Rusland als collectivistische samenleving beschouwd: nr. 39 van 76 landen. G. Hofstede, G.J. Hofstede & M. Minkov, Allemaal andersdenkenden: Omgaan met cultuurverschillen, Amsterdam: Contact 2011, p. 105.
Omdat de score op de IDV gedeeltelijk door historische factoren en voor een belangrijke mate door economische welvaart wordt bepaald, is het aannemelijk dat de score op IDV van Rusland door de jaren (of eeuwen) heen niet sterk veranderd. Chapman beargumenteert zelfs dat ‘the origins of Russian collectivism can be seen even from prehistoric times’. S.R. Chapman, ‘Collectivism in the Russian World View and its Implications for Christian Ministry’, East-West Church and Ministry Report 1998, 4, p. 12-14. Zie voor factoren die de score op de IDV-index bepalen: G. Hofstede, G.J. Hofstede & M. Minkov, Allemaal andersdenkenden: Omgaan met cultuurverschillen, Amsterdam: Contact 2011, p. 139 en H.C. Triandis & M.J. Gelfand, ‘A Theory of Individualism and Collectivism’, in: P.A.M. van Lange, A.W. Kruglanski & E.T. Higgings (eds.), The Handbook of Theories of Social Psychology (Volume 2), London: SAGE Publications 2012, p. 498-520.
H.R. Markus & S. Kitayama, ‘Culture and the self: Implications for cognition, emotion, and motivation’, Psychological Review 1991, 2, p. 224-253. Zie ook S.T. Fiske & S.E. Taylor, Social Cognition. From Brains to Culture, Boston, MA: McGraw Hill 2008, p. 110-114 en G. Hofstede, G.J. Hofstede & M. Minkov, Allemaal andersdenkenden: Omgaan met cultuurverschillen, Amsterdam: Contact 2011, p. 122-123.
In taal komt dat bijvoorbeeld ook sterk terug. In de Engelse taal wordt de eerste persoon enkelvoud met een hoofdletter geschreven, terwijl in het Spaans de eerste persoon enkelvoud vaak niet wordt gebruikt. E.S. Kashima & Y. Kashima, ‘Culture and Language: The Case of Cultural Dimensions and Personal Pronoun Use’, Journal of Cross-Cultural Psychology 1998, 3, p. 461-486.
S. Srinivasan, ‘Privacy and Data Protection in Japan’, Government Information Quarterly 1992, 2, p. 121-122.
Overigens bevat de Charter geen expliciet recht op privacy, maar wel onderdelen van het privéleven zoals het recht op onderwijs en woning waarvan eerder en hieronder wordt beargumenteerd dat een afgeschermde, exclusieve ruimte en het volgen van onderwijs belangrijke voorwaarden zijn voor de intrinsieke waarde van privacy: het ontwikkelen van persoonlijkheid en persoonlijke voorkeuren.
C. Heyns (ed.), Human Rights Law in Africa, The Hague: Kluwer Law International 1999, p. 70.
Artikel 22 luidt: ‘1. All peoples shall have the right to their economic, social and cultural development with due regard to their freedom and identity and in the equal enjoyment of the common heritage of mankind. 2. States shall have the duty, individually or collectively, to ensure the exercise of the right to development.’
Door het privacyconcept te bekijken door een culturele bril kan worden beoordeeld of de intrinsieke waarde van privacy algemeen geldend is of slechts betekenis heeft voor bepaalde etnische, culturele en/of sociale groepen. Dit is voor het vervolg van dit hoofdstuk van belang omdat internationale mensenrechtelijke jurisprudentie wordt vergeleken met de betekenis van privacy binnen het Nederlandse recht. Als privacy een (sterk) cultureel geladen begrip is, is het mogelijk dat deze vergelijking mank gaat als geen rekening wordt gehouden met culturele diversiteit.
In het gezaghebbende cultuurpsychologische onderzoek van Hofstede (en anderen), dat sinds 1980 steeds verder is ontwikkeld, wordt een aantal dimensies onderscheiden waarop culturen kunnen worden beoordeeld.1 Voor de (eventuele) culturele afhankelijkheid van het privacyconcept wordt betoogd dat het belang dat aan privacy wordt gehecht afhankelijk is van de dimensie collectivisme versus individualisme.2
‘Een samenleving is individualistisch als de onderlinge banden tussen individuen los zijn: iedereen wordt geacht uitsluitend te zorgen voor zichzelf en voor zijn of haar naaste familie. Een samenleving is collectivistisch als individuen vanaf hun geboorte opgenomen zijn in sterke, hechte groepen, die hun levenslang bescherming bieden in ruil voor onvoorwaardelijke loyaliteit.’3
Angelsaksische, Noord- en Noordwest-Europese landen scoren hoog op de Individualisme-index (IVD) en landen in Zuid- en Midden-Amerika en Oosten Zuidoost-Azië scoren laag op de IVD (en hoog op collectivisme). In individualistische culturen wordt meer belang gehecht aan ‘ik’ dan aan de ‘wijgroep’ en derhalve lijkt het ten minste aannemelijk dat daarin ook meer aandacht wordt besteed aan privacy.4 Het ligt voor de hand om privacy te relateren aan (of misschien zelfs te vereenzelvigen met) individualisme als cultuurdimensie. Door het recht op respect voor privacy wordt een individu namelijk beschermd tegen bijvoorbeeld inmenging in zijn persoonlijke levenssfeer.
Blok begint zijn conclusie van de rechtsvergelijking op het gebied van het recht op privacy tussen de Verenigde Staten van Amerika en Nederland met de overweging dat (het cliché luidt dat) privacy cultureel bepaald is en dat hij daarom aanzienlijke verschillen tussen het inhoud van het recht op respect voor privacy in het Nederlandse en Amerikaanse recht verwachtte.5
Omdat de Amerikaanse (nr. 1 van de 76 landen) en Nederlandse samenleving (nr. 4 van de 76 landen) erg hoog scoren op individualisme6 is het echter goed te verklaren dat ‘juist de grote overeenkomsten tussen beide rechtsstelsels’7 opvallen. De Verenigde Staten van Amerika en Nederland komen op de culture dimensie (individualisme vs. collectivisme) die een mogelijk verschil over de inhoud en toepassing van het recht op respect voor privacy kan verklaren zeer sterk overeen.
Ook in het cultuurpsychologische onderzoek van Hofstede en collega’s wordt opgemerkt dat (de verwachting is dat) in bepaalde culturen meer belang aan privacy wordt gehecht. Wat opvalt aan de stelling van Hofstede c.s. – die inhoudt dat aan privacy meer belang wordt gehecht in individualistische samenlevingen – is dat in het cultuurpsychologische onderzoek het concept ‘privacy’ niet wordt gedefinieerd. De vraag rijst dus welk concept van privacy hier wordt bedoeld. Wordt er minder of geen belang gehecht aan geheimhouden van informatie? Of aan het leven in afzondering? Of aan de ontwikkeling van ‘het zelf’, de individuele persoonlijkheid? Zonder definitie of conceptualisering van privacy is de stelling dat in collectivistische samenlevingen geen belang wordt gehecht aan privacy nogal boud. Het is volgens mij te kort door de bocht om, zoals Hofstede doet, te concluderen dat aan privacy minder belang wordt gehecht in collectivistische samenlevingen enkel en alleen omdat zij meer belang hechten aan sterke en hechte (familie)banden. Ook is de assumptie van Blok – dat hij aanzienlijke verschillen tussen het inhoud van het recht op privacy in het Nederlandse en Amerikaanse recht verwachtte vanwege culturele verschillen tussen beide landen8 – te kort door de bocht omdat hij geen rekening heeft gehouden met culturele parameters (waarmee duidelijk zou zijn geworden dat de Verenigde Staten van Amerika en Nederland op bepaalde factoren sterk overeenkomen). Kort gezegd, Hofstede gebruikt geen nader gedefinieerd privacyconcept waardoor elke conclusie te stellig is en Blok ziet de culturele overeenkomsten tussen Nederland en de Verenigde Staten van Amerika over het hoofd waardoor het onmogelijk is de culturele afhankelijk van een begrip te verklaren. Om de culturele afhankelijkheid van privacy te bepalen, is een preciezere analyse van het privacyconcept noodzakelijk en een vergelijking van culturen op de IDV.
Mijns inziens wordt privacy slechts minimaal door culturele factoren bepaald en reikt de culturele afhankelijkheid niet verder dan een (marginaal9) verschil in de voorkeur voor een bepaalde ratio van privacy.10 Ook in collectivistische samenlevingen wordt namelijk belang gehecht aan privacy, maar de nadruk wordt anders gelegd dan in individualistische samenlevingen. In collectivistische samenlevingen wordt meer gewicht gegeven aan anonieme persoonlijke uitingen11 en het afschermen van persoonlijke informatie van buitenstaanders (de ‘zij-groep’) terwijl die informatie juist wel wordt gedeeld met de ‘wij-groep’.12 In vergelijking met Engelse studenten publiceren bijvoorbeeld Japanse studenten doorgaans niet onder hun echte naam op internet en wordt ook persoonlijke informatie waarmee de identiteit kan worden bepaald (zoals studie, werkplek, geboortedatum) zelden gepubliceerd.13 In het Westen is het gebruikelijk om onder eigen naam sociale media accounts te beheren. Verder worden in Japan twee vormen van communicatie onderscheiden, namelijk waarheid (honne) en ‘verkooppraat’ (tatemae).14 Met de ‘wij-groep’ (de groep waarmee men zich identificeert, die intuïtief als behorend tot ‘onze’ groep worden beschouwd) wordt de waarheid gedeeld, terwijl met de ‘zij-groep’ (onbekenden, buitenstaanders, de out-group) verkooppraat wordt gecommuniceerd. Dit betekent dat tenminste in het collectivistische Japan (nr. 35 van de 76 landen15) belang wordt gehecht aan privacy, namelijk dat bepaalde informatie alleen met de ‘wij-groep’ wordt gedeeld en dat op internet de werkelijke identiteit verborgen wordt gehouden.
Westin beargumenteert verder aan de hand van veel voorbeelden van primitieve culturen dat ook daar privacy een rol speelt.16 Hij analyseert verschillende onderdelen van privacy, waaronder sociale cohesie, intimiteit en exclusiviteit, die ook buiten het Westen, zoals in Oost-Bolivia, Bali en Java en bij de Toeareg stam in Noord-Afrika een rol spelen. Een laatste voorbeeld, ditmaal uit de klassieke literatuur: een scene uit Dostojevsky’s Misdaad en straf. Het gaat om een discussie tussen Lebeziatnikov en Luzhin17 waarin de eerste zijn progressieve ideeën over onder andere de behandeling van vrouwen uiteen zet. Lebeziatnikov bespreekt hierbij het vraagstuk of leden van de progressieve gemeenschap het recht hebben te allen tijde een kamer of woning van een ander lid binnen te lopen en concludeert dat dit het geval is. Luzhin wijst hem erop dat de binnentreding op een ongelegen moment kan plaatsvinden. Lebeziatnikov reageert met:
‘U hebt het hier maar steeds over, over die vervloekte “behoeften”!’ schreeuwde hij vol haat, ‘bah, wat ben ik kwaad, en wat ergerlijk dat ik toen tijdens het verklaren van het systeem in een te vroeg stadium tegen u over die vervloekte behoeften begonnen ben.’18
In de tweede helft van de 19e eeuw was persoonlijke privacy, waaronder in dit specifieke voorbeeld de bescherming tegen ongewenste binnentreding in een woning valt, blijkbaar een bekend concept in het collectivistische19 Rusland.20
Naast dat in collectivistische samenlevingen een duidelijker onderscheid wordt gemaakt met wie informatie wordt gedeeld, wordt ook ‘het zelf’ voornamelijk vanuit een ander, namelijk een interdependent, standpunt bekeken.21 Het zelf en de persoonlijkheid kunnen niet los worden gezien van de onderlinge afhankelijkheid tussen personen, de groep waartoe men behoort en maatschappelijke en culturele omgeving. Dit houdt in dat in collectivistische samenlevingen de persoonlijkheidsratio, althans op het gebied van het ontwikkelen en uiten van persoonlijke voorkeuren, een andere rol speelt. De mens in een individualistische22 samenleving richt zich meer op persoonlijke, onafhankelijke ontwikkeling en eigen prestaties. In collectivistische samenlevingen wordt de persoonlijkheid in grote mate afhankelijk van de personen in de directe omgeving ontwikkeld. Ontwikkeling van de persoonlijkheid is niet afwezig, het vindt plaats in connectie met anderen waarbij voornamelijk familiaire, gedeelde opvattingen en overtuigingen een essentiële rol spelen.23 Niettemin wordt belang gehecht aan privacy. Intieme, emotionele communicatie vindt alleen met de ‘wij-groep’ plaats, anonimiteit op het internet is gebruikelijk en private ruimtes worden afgeschermd. Privacy heeft dus ten minste een gemeenschappelijke, cultureel onafhankelijke kern. Zowel in collectivistische als individualistische samenleving wordt privacy gebruikt om delen van het leven exclusief en in beslotenheid te houden. Dit maakt mogelijk dat een persoon zichzelf (onafhankelijk of interdependent) ontwikkelt.
Dat in elke cultuur belang wordt gehecht aan (een vorm van) privacy blijkt ook uit de opname van een recht op privacy in artikelen 8 EVRM, 11 American Convention on Human Rights en 21 Arab Charter on Human Rights. En in de Asian Human Rights Charter komen de woorden ‘private’ en ‘private sphere’ verschillende malen voor en is ‘the right to a habitat or home, the right toeducation’ in artikel 3.2 opgenomen.24 In het voorstel van de African Charter on Human and People’s Rights (1979) is in artikel 24 het recht op respect voor privacy opgenomen,25 maar in de uiteindelijke tekst vervangen door ‘[a]ll peoples shall have the right to a general satisfactory environment favourable to their development’. In artikel 22 is het recht op ontwikkeling26 bepaald. Dus in verschillende continentale en regionale mensenrechtenverdragen staat het recht op respect voor privacy, komt het woord privaat voor of bevat een recht op ontwikkeling.