Natrekking door onroerende zaken
Einde inhoudsopgave
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/7.4.1.4:7.4.1.4 Als geldig hebben aangemerkt
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/7.4.1.4
7.4.1.4 Als geldig hebben aangemerkt
Documentgegevens:
P.J. van der Plank, datum 01-05-2016
- Datum
01-05-2016
- Auteur
P.J. van der Plank
- JCDI
JCDI:ADS489146:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Bijzondere onderwerpen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
MvA II, PG Boek 3, p. 249.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 3:58 BW vereist dat de onmiddellijk belanghebbenden de nietige rechtshandeling als geldig hebben aangemerkt. Uit de Memorie van Antwoord blijkt dat hiervan sprake is indien geen van de betrokken partijen uitdrukkelijk te kennen geeft dat de rechtshandeling nietig is, en er in de tussentijd geen handelingen door derden zijn verricht die de geldigheid weerspreken. Wat betreft handelingen van derden valt te denken aan de vestiging van een beperkt recht door degene die de aanvankelijk ongeldige levering verrichtte, of de situatie dat een schuldeiser van de (aanvankelijk beschikkingsonbevoegde) vervreemder beslag legt op het goed.1 In dat geval waren er immers onmiddellijk belanghebbenden die de rechtshandeling níet als geldig hebben aangemerkt.