Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/2.5.3.3
2.5.3.3 Detachering
mr. drs. P. Laaper, datum 31-08-2015
- Datum
31-08-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS594098:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Stb. 2006, 519, p. 77.
Boek 7 BW, titel 10, afdeling 11.
Art. 7:690 BW.
Zie, in vergelijkbare zin, (maar in een fiscale zaak) de conclusie van Plv A-G Overgaauw onder HR 7 november 2003, BNB 2004, 66 m.nt. Van Hilten (Staatssecretaris van Financiën / Fiscale Eenheid X C.S.), onder nr. 7.2.1: “C heeft de werkzaamheden niet, zoals bij “outsourcing” of “uitbesteding” gebruikelijk is, buiten haar organisatie geplaatst, maar in plaats daarvan belanghebbende voor de uitoefening van die werkzaamheden binnen haar organisatie getrokken”.Als gezegd zij opgemerkt dat deze uitspraak een fiscale zaak betrof. Het betrof hier niet de uitleg van het begrip uitbesteding in de zin van deWft of het Pw. Het betrof de uitleg van de vraag of een opdrachtnemer in het licht van de omzetbelasting als zelfstandig beschouwd kon worden.
Het komt veelvuldig voor dat een onderneming personeel inhuurt van een uitzendbureau. De Minister heeft het standpunt ingenomen dat zulke detachering geen uitbesteding oplevert. De gedetacheerden zijn immers werkzaam binnen de organisatie van de opdrachtgever en vallen daarom direct onder interne leidinggevenden.1
Die opvatting is juist, voor zover men uitgaat van de wettelijke regeling van de uitzendovereenkomst in het BW.2 Kort gezegd wordt bij een uitzendovereenkomst een werknemer van het uitzendbureau ter beschikking gesteld van de opdrachtgever om ten behoeve van het bedrijf van die opdrachtgever en onder diens toezicht en leiding werkzaamheden te verrichten.3 De regeling van de uitzendovereenkomst ziet op “alle (…) soorten van driehoeksarbeidsrelaties”.4 Ze is echter beperkt tot die (uitzend)relaties waarbij de inlener de leiding en het toezicht heeft over de werkzaamheden van de uitgezondenen. Het gaat bijvoorbeeld om de vervanging van zieken of het opvangen van een piekbelasting in de werkdruk. Het gaat, populairder gezegd, om de “levering van handjes”. Er is in dat geval geen sprake van een uitbesteding van werkzaamheden. De organisatie blijft de werkzaamheden zelf verrichten. In plaats van uitbesteding van werkzaamheden, worden veeleer externen de organisatie “ingetrokken”.5
In de praktijk worden de termen uitzendovereenkomst en detachering niet altijd in deze zin gebruikt. Sommige “detacheringen” kenmerken zich niet door de levering van “handjes”, maar door de levering van gespecialiseerde kennis zoals de implementatie van een nieuwe werkwijze of een protocol. Het gaat bijvoorbeeld om consultants en sommige interim-managers. In zulke gevallen kan het de bedoeling zijn dat de dienstverlener met een grote mate van zelfstandigheid werkt. De opdrachtgever kán vaak zelfs geen (adequate) leiding geven of toezicht houden. De gedetacheerde verricht de werkzaamheden weliswaar binnen de bedrijfsruimtes van de opdrachtgever. Toch kan men moeilijk volhouden dat de gedetacheerde de organisatie van de opdrachtgever wordt ingetrokken. Deze gedetacheerden organiseren hun werkzaamheden juist zelf. De bijzonderheid dat de gedetacheerde de werkzaamheden in de bedrijfsruimtes van de opdrachtgever verricht in plaats van in eigen bedrijfsruimtes, doet er niet aan af dat het om een zelfstandige derde gaat. Wordt ook aan de overige voorwaarden voldaan, dan is er dus toch sprake van uitbesteding in de zin van de wet.