Natrekking door onroerende zaken
Einde inhoudsopgave
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/7.4.0:7.4.0 Introductie
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/7.4.0
7.4.0 Introductie
Documentgegevens:
P.J. van der Plank, datum 01-05-2016
- Datum
01-05-2016
- Auteur
P.J. van der Plank
- JCDI
JCDI:ADS487930:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Bijzondere onderwerpen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
TM, PG Boek 3, p. 248.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 3:58 BW bepaalt:
“Wanneer eerst na het verrichten van een rechtshandeling een voor haar geldigheid gesteld wettelijk vereiste wordt vervuld, maar alle onmiddellijk belanghebbenden die zich op dit gebrek hadden kunnen beroepen, in de tussen de handeling en de vervulling van het vereiste liggende tijdsruimte de handeling als geldig hebben aangemerkt, is daarmede de rechtshandeling bekrachtigd.”
Meijers zegt in zijn Toelichting het volgende:
“Dit artikel heeft betrekking op rechtshandelingen, die het beoogde rechtsgevolg missen wegens het ontbreken van een door de wet voor de geldigheid gesteld vereiste: b.v. een levering leidt niet tot overdracht van het geleverde goed, omdat de levering door een onbevoegde of zonder voorafgaande geldige titel is geschied. Dit artikel opent de mogelijkheid, dat het gebrek wordt geheeld doordat alsnog het vereiste wordt vervuld.”
(...)
“Door deze tweede handeling wordt de oorspronkelijke rechtshandeling bekrachtigd, d.w.z. zij wordt geacht steeds geldig verricht te zijn, hetgeen van belang kan zijn voor in de tussen de beide momenten door de belanghebbenden reeds verrichte handelingen.”1