Dit thema gaat in op de buitenlandse belastingplicht in de vennootschapsbelasting en geeft antwoord op de volgende vragen:
•
Wanneer is sprake van buitenlandse belastingplicht in de vennootschapsbelasting?
•
Waarom wordt een onderscheid gemaakt tussen binnenlandse en buitenlandse belastingplichtigen?
•
Welke lichamen kunnen buitenlands belastingplichtig zijn?
•
Over welke inkomsten wordt belasting geheven van buitenlandse belastingplichtigen (de objectieve belastingplicht)?
Een lichaam is buitenlands belastingplichtig als het voldoet aan de volgende drie cumulatieve voorwaarden:
1.
het lichaam is niet in Nederland gevestigd;
2.
het lichaam is opgenomen in art. 3 lid 1 Wet VPB 1969; en
3.
het lichaam geniet Nederlands inkomen.
Ad 1. Volgens art. 4 lid 1 AWR dient de plaats van vestiging van een lichaam naar de omstandigheden te worden beoordeeld. Lichamen die zijn opgericht naar Nederlands recht worden geacht altijd in Nederland te zijn gevestigd. Een in Nederland gevestigd lichaam kan dus niet buitenlands belastingplichtig zijn.
Ad 2. Art. 3 lid 1 Wet VPB 1969 vereist dat het lichaam behoort tot één van de daarin genoemde categorieën. Het gaat daarbij kort gezegd om buitenlandse rechtsvormen die vergelijkbaar zijn met Nederlandse rechtsvormen die belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting en rechtsvormen die niet vergelijkbaar zijn en in de andere staat als niet transparant worden beschouwd.
Ad 3. Lichamen die zijn opgenomen in art. 3 Wet VPB 1969 zijn alleen buitenlands belastingplichtig indien ze Nederlands inkomen genieten. Het begrip ‘Nederlands inkomen’ is omschreven in art. 17 lid 3 Wet VPB 1969. Het genieten van Nederlands inkomen is derhalve een voorwaarde voor buitenlandse belastingplicht.
Mr. dr. Brenda Coebergh
Universitair docent Belastingrecht aan de Radboud Universiteit en Senior Tax Manager bij het Knowledge Centre van PwC.
Meer over Brenda Coebergh
Dit thema gaat in op de buitenlandse belastingplicht in de vennootschapsbelasting en geeft antwoord op de volgende vragen:
Wanneer is sprake van buitenlandse belastingplicht in de vennootschapsbelasting?
Waarom wordt een onderscheid gemaakt tussen binnenlandse en buitenlandse belastingplichtigen?
Welke lichamen kunnen buitenlands belastingplichtig zijn?
Over welke inkomsten wordt belasting geheven van buitenlandse belastingplichtigen (de objectieve belastingplicht)?
Een lichaam is buitenlands belastingplichtig als het voldoet aan de volgende drie cumulatieve voorwaarden:
het lichaam is niet in Nederland gevestigd;
het lichaam is opgenomen in art. 3 lid 1 Wet VPB 1969; en
het lichaam geniet Nederlands inkomen.
Ad 1. Volgens art. 4 lid 1 AWR dient de plaats van vestiging van een lichaam naar de omstandigheden te worden beoordeeld. Lichamen die zijn opgericht naar Nederlands recht worden geacht altijd in Nederland te zijn gevestigd. Een in Nederland gevestigd lichaam kan dus niet buitenlands belastingplichtig zijn.
Ad 2. Art. 3 lid 1 Wet VPB 1969 vereist dat het lichaam behoort tot één van de daarin genoemde categorieën. Het gaat daarbij kort gezegd om buitenlandse rechtsvormen die vergelijkbaar zijn met Nederlandse rechtsvormen die belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting en rechtsvormen die niet vergelijkbaar zijn en in de andere staat als niet transparant worden beschouwd.
Ad 3. Lichamen die zijn opgenomen in art. 3 Wet VPB 1969 zijn alleen buitenlands belastingplichtig indien ze Nederlands inkomen genieten. Het begrip ‘Nederlands inkomen’ is omschreven in art. 17 lid 3 Wet VPB 1969. Het genieten van Nederlands inkomen is derhalve een voorwaarde voor buitenlandse belastingplicht.
Documenten bij dit thema
Wetgeving
Art. 2 lid 5 Wet VPB 1969
Art. 3 Wet VPB 1969
Art. 4 Wet VPB 1969
Hoofdstuk III Wet VPB 1969
Art. 17 Wet VPB 1969
Art. 17a Wet VPB 1969
Art. 18 Wet VPB 1969
Art. 19 Wet VPB 1969
Art. 20 lid 2 Wet VPB 1969
Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen
Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen
Belangrijkste uitspraken
HR 10 januari 2020, nr. 18/00219, ECLI:NL:HR:2020:21, BNB 2020/80, V-N 2020/4.8, FED 2020/73, TaxVisions editie 17 januari 2020, TaxVisions 2020/3.2
HR 14 juni 2024, nr. 21/04201, ECLI:NL:HR:2024:862, BNB 2024/98, V-N 2024/30.12, FED 2024/87, TaxVisions editie 28 juni 2024, TaxVisions 2024/25.2
HR 25 april 2025, nrs. 22/04506 en 22/04508, ECLI:NL:HR:2025:668, BNB 2025/95, V-N 2025/20.6, FED 2025/67, FED 2025/68, NJB 2025/944, TaxVisions editie 2 mei 2025, TaxVisions 2025/17.2
Literatuur
G.K. Fibbe & A.J.A. Stevens, 'De classificatie van buitenlandse rechtsvormen: alle hybride problemen opgelost?', WFR 2025/43
Naslag
Vakstudie Vennootschapsbelasting, commentaar art. 3 Wet Vpb 1969
Vakstudie Vennootschapsbelasting, art. 17 Wet VPB 1969, aant. 2
Cursus Belastingrecht Vpb.1.0.6, De buitenlandse belastingplichtigen nader beschouwd (art. 3)
Cursus Belastingrecht Vpb.3, Hoofdstuk III Voorwerp van de belasting bij buitenlandse belastingplichtigen
Cursus Belastingrecht, Wegwijzers Bronbelasting: Wegwijzer Woonplaats
Verwante onderwerpen
Thema: Wet aanpassing fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen
Thema: Vaste inrichting: grensoverschrijdende activiteiten belast in het buitenland