Staatssecretaris Van Oostenbruggen van Financiën heeft het wetsvoorstel Wet tegenbewijsregeling box 3 naar de Tweede Kamer gestuurd.
Met de tegenbewijsregeling biedt het kabinet aanvullend rechtsherstel in box 3. Belastingplichtigen krijgen de mogelijkheid om het werkelijk behaalde rendement aan te tonen. Als dit bedrag lager is dan het eerder aangeslagen verwachte rendement, krijgen zij de te veel betaalde belasting terug. Zij kunnen hierbij gebruik maken van het formulier Opgaaf werkelijk rendement, dat vanaf de zomer 2025 beschikbaar komt.
Met het wetsvoorstel wordt een tegenbewijsregeling in box 3 geïntroduceerd. Belastingplichtigen worden dan ofwel belast op basis van het forfaitair berekende rendement, ofwel op basis van het lagere werkelijke rendement. Het wetsvoorstel is niet alleen van belang voor het rechtsherstel bij reeds opgelegde aanslagen, maar ook voor het leveren van tegenbewijs in de jaren tot invoering van een nieuw stelsel in box 3. In het wetsvoorstel gelden als uitgangspunt de door Hoge Raad ontwikkelde regels voor de vaststelling van het werkelijke rendement en, voor zover die hier niet is voorzien, een nadere invulling van de regels voor het bepalen van het werkelijke rendement op basis van een duidelijk kader. Eigen gebruik van onroerende zaken hoeft, omdat de bepaling van het rendement daarvan ingewikkeld is en keuzes vereist van de wetgever, niet te worden opgegeven in de jaren 2017 tot en met 2025. Voor de jaren 2026 en 2027 moet dit wel worden opgegeven bij het leveren van tegenbewijs.
De voortgang van dit wetsvoorstel staat los van de weging bij de voorjaarsbesluitvorming over de definitieve dekking veroorzaakt door uitstel van de Wet werkelijk rendement box 3. De Wet tegenbewijsregeling is een tijdelijke oplossing tot de in 2028 verwachte Wet werkelijk rendement box 3.
Het is de bedoeling dat de wet in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. De wijzigingen van de Wet IB 2001 treden met terugwerkende kracht in werking tot en met 1 januari 2023. De wijzigingen van de Wet rechtsherstel box 3 treden met terugwerkende kracht in werking tot en met 1 januari 2017.
Nota van wijziging
De systematiek van de vrijstelling voor groene beleggingen gaat ook gelden voor enkele andere vrijstellingen. Dit blijkt uit een nota van wijziging op het wetsvoorstel Wet tegenbewijsregeling box 3.
Aangenomen amendement nr. 23
Als de gegevens voor de tegenbewijsregeling door de inspecteur zijn gevraagd als onderdeel van de uitnodiging tot het doen van aangifte, geldt het verplicht gebruik van het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement niet.
Stand van zaken
Het voorstel is ingediend bij de Tweede Kamer. Op donderdag 12 juni 2025 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel aangenomen. Ook amendement nr. 23 is aangenomen en de moties 13, 14, 15, 16, 17, 18 en 26. De Eerste Kamer is op 8 juli 2025 akkoord gegaan met het voorstel. De twee ingediende moties zijn verworpen.
Documenten bij dit thema
Wetgeving
Wetgeving in wording
Kies op Inview.nl de voorgestelde versie in de tijdsbalk bij het wetsartikel. Hier is vergelijken van versies ook mogelijk
Redactie
Staatssecretaris Van Oostenbruggen van Financiën heeft het wetsvoorstel Wet tegenbewijsregeling box 3 naar de Tweede Kamer gestuurd.
Met de tegenbewijsregeling biedt het kabinet aanvullend rechtsherstel in box 3. Belastingplichtigen krijgen de mogelijkheid om het werkelijk behaalde rendement aan te tonen. Als dit bedrag lager is dan het eerder aangeslagen verwachte rendement, krijgen zij de te veel betaalde belasting terug. Zij kunnen hierbij gebruik maken van het formulier Opgaaf werkelijk rendement, dat vanaf de zomer 2025 beschikbaar komt.
Met het wetsvoorstel wordt een tegenbewijsregeling in box 3 geïntroduceerd. Belastingplichtigen worden dan ofwel belast op basis van het forfaitair berekende rendement, ofwel op basis van het lagere werkelijke rendement. Het wetsvoorstel is niet alleen van belang voor het rechtsherstel bij reeds opgelegde aanslagen, maar ook voor het leveren van tegenbewijs in de jaren tot invoering van een nieuw stelsel in box 3. In het wetsvoorstel gelden als uitgangspunt de door Hoge Raad ontwikkelde regels voor de vaststelling van het werkelijke rendement en, voor zover die hier niet is voorzien, een nadere invulling van de regels voor het bepalen van het werkelijke rendement op basis van een duidelijk kader. Eigen gebruik van onroerende zaken hoeft, omdat de bepaling van het rendement daarvan ingewikkeld is en keuzes vereist van de wetgever, niet te worden opgegeven in de jaren 2017 tot en met 2025. Voor de jaren 2026 en 2027 moet dit wel worden opgegeven bij het leveren van tegenbewijs.
De voortgang van dit wetsvoorstel staat los van de weging bij de voorjaarsbesluitvorming over de definitieve dekking veroorzaakt door uitstel van de Wet werkelijk rendement box 3. De Wet tegenbewijsregeling is een tijdelijke oplossing tot de in 2028 verwachte Wet werkelijk rendement box 3.
Het is de bedoeling dat de wet in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. De wijzigingen van de Wet IB 2001 treden met terugwerkende kracht in werking tot en met 1 januari 2023. De wijzigingen van de Wet rechtsherstel box 3 treden met terugwerkende kracht in werking tot en met 1 januari 2017.
Nota van wijziging
De systematiek van de vrijstelling voor groene beleggingen gaat ook gelden voor enkele andere vrijstellingen. Dit blijkt uit een nota van wijziging op het wetsvoorstel Wet tegenbewijsregeling box 3.
Aangenomen amendement nr. 23
Als de gegevens voor de tegenbewijsregeling door de inspecteur zijn gevraagd als onderdeel van de uitnodiging tot het doen van aangifte, geldt het verplicht gebruik van het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement niet.
Stand van zaken
Het voorstel is ingediend bij de Tweede Kamer. Op donderdag 12 juni 2025 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel aangenomen. Ook amendement nr. 23 is aangenomen en de moties 13, 14, 15, 16, 17, 18 en 26. De Eerste Kamer is op 8 juli 2025 akkoord gegaan met het voorstel. De twee ingediende moties zijn verworpen.
Documenten bij dit thema
Wetgeving
Wetgeving in wording
Kies op Inview.nl de voorgestelde versie in de tijdsbalk bij het wetsartikel. Hier is vergelijken van versies ook mogelijk
Art. 5.25 Wet IB 2001
Art. 5.26 Wet IB 2001
Art. 5.27 Wet IB 2001
Art. 5.27a Wet IB 2001
Art. 5.28 Wet IB 2001
Art. 5.29 Wet IB 2001
Art. 5.30 Wet IB 2001
Art. 5.31 Wet IB 2001
Art. 5.31a Wet IB 2001
Art. 5.31b Wet IB 2001
Art. 5.32 Wet IB 2001
Art. 5.32a Wet IB 2001
Art. 5.33 Wet IB 2001
Art. 5.34 Wet IB 2001
Art. 5.35 Wet IB 2001
Art. 5.36 Wet IB 2001
Art. 7.7 Wet IB 2001
Art. 1 Wet rechtsherstel box 3
Art. 5 Wet rechtsherstel box 3
Art. 6 Wet rechtsherstel box 3
Art. 6a Wet rechtsherstel box 3
Art. III Wet tegenbewijsregeling box 3
Literatuur
Reactie op het artikel van Heithuis & Segers ‘Wet tegenbewijsregeling box 3 kunnen de (rode) vlaggen nu uit?’, C.B. Bavinck, WFR 2025/204
Naschrift bij reactie van C.B. Bavinck, E.J.W. Heithuis, R.J.C. Segers, WFR 2025/205
Rente of (nog) geen rente?, E.A. van Uunen, WFR 2025/182
Wet tegenbewijsregeling box 3 in werking getreden, V-N 2025/34/6
Nota naar aanleiding van het verslag bij wetsvoorstel Wet tegenbewijsregeling box 3 naar Eerste Kamer, V-N 2025/32.6
Oefenversie Opgaaf werkelijk rendement box 3 beschikbaar, TaxLive
Wilt u geen box 3-heffing betalen? Zie de omissies in de tegenbewijsregeling, Column Eric van Uunen, TaxLive
Wet tegenbewijsregeling box 3. Nota van wijziging, V-N 2025/28.4
Wet tegenbewijsregeling box 3. Nota naar aanleiding van het verslag, V-N 2025/28.5
Wet tegenbewijsregeling box 3. Aangenomen amendementen, V-N 2025/28.6
Wet tegenbewijsregeling box 3. Aangenomen moties, V-N 2025/28.7
Wet tegenbewijsregeling box 3, kunnen de (rode) vlaggen nu uit? Prof. dr. mr. E.J.W. Heithuis & mr. R.J.C. Segers, WFR 2025/163
Een zondvloed van Bijbelse afmetingen, column Sylvester Schenk, WFR 2025/145
Wetsvoorstel Wet tegenbewijsregeling box 3, drs. J.H.J. Brauwers, VFP 2025/59
NOB: wetsvoorstel Wet tegenbewijsregeling box 3 voedt gevoel van onrechtvaardigheid, TaxLive
RB verwacht tsunami aan bezwaarschriften door Wet tegenbewijsregeling box 3, TaxLive
Wetsvoorstel Wet tegenbewijsregeling box 3, prof. dr. mr. P.G.H. Albert, WFR 2025/110
Voorgestelde wettekst met artikelsgewijze toelichting, V-N 2025/17.3
Memorie van toelichting, V-N 2025/17.2
Wetsvoorstel Wet tegenbewijsregeling box 3, inleiding, V-N 2025/17.1
De struikelgang naar een belasting over werkelijk inkomen uit vermogen, WFR 2025/64
Alternatief voor ‘tijdelijke’ tegenbewijsregeling box 3, WFR 2025/60
RvS: tegenbewijsregeling box 3 haast onmogelijke opgave voor fiscus, TaxLive
RB: maak tegenbewijsregeling box 3 voor iedereen toegankelijk
Tegenbewijsregeling box 3: the best of both worlds, column op TaxLive
De puinhopen van acht jaar box 3, WFR 2024/212
Analyse Hoge Raad-arresten box 3 en proces rechtsherstel bekendgemaakt, V-N 2024/34.4
Naslag
Parlementaire geschiedenis
Documenten:
Staatsblad 2025, nr. 196
Staatsblad 2025, nr. 195
Motie van het lid Van den Oetelaar over het aftrekbaar maken van onderhouds- en verduurzamingskosten voor woningen, 36706, nr. F
Motie van het lid Heijnen over het eenmalig overhevelen van verhuurde woningen, 36706, nr. E
Beslisnota bij nota nav verslag, Eerste Kamer 36706
Nota naar aanleiding van verslag, Eerste Kamer, 36706 nr. D
Verslag Eerste Kamer, 36706, nr. C
Brief van de staatssecretaris van Financiën - FB&D over verzoek spoedige behandeling van het wetsvoorstel Wet tegenbewijsregeling box 3, EK, B
Gewijzigd voorstel van wet, EK, A
Eindtekst van 36706
Aangenomen gewijzigde motie van het lid Stoffer c.s. over een verbetering van de fiscale positie van rijksmonumenten (t.v.v. 36706-20), 36706, nr. 26
Gewijzigd amendement van het lid Vermeer ter vervanging van nr. 11 over de tijdelijke mogelijkheid bezit over te hevelen naar een BV, tegen een verlaagd tarief in de overdrachtsbelasting, 36706, nr. 25
Reactie op het amendement van het lid Vermeer over de tijdelijke mogelijkheid bezit over te hevelen naar een BV, tegen een verlaagd tarief in de overdrachtsbelasting (Kamerstuk 36706-11), 36706, nr. 24
Aangenomen nader gewijzigd amendement van het lid Stoffer c.s. ter vervanging van nr. 21 over het verplicht stellen van een formulier voor het aannemelijk maken van het werkelijke rendement, 36706, nr. 2
Gewijzigd amendement van de leden Grinwis (CU) en Inge van Dijk (CDA) ter vervanging van nr. 10 over een aftrek voor werkelijk gemaakte kosten, 36706, nr. 22
Gewijzigd amendement van het lid Stoffer (SGP) c.s. ter vervanging van nr. 12 over het verplicht stellen van een formulier voor het aannemelijk maken van het werkelijke rendement, 36706, nr. 21 (vervangen door nr. 23)
Motie van het lid Stoffer (SGP) c.s. over een verbetering van de fiscale positie van rijksmonumenten, 36706, nr. 20 (vervangen door nr. 26)
Motie van de leden Vijlbrief (D66) en Stultiens (GroenLinks/PvdA) over een alternatief voor de verlaging van het heffingsvrije vermogen, 36706, nr. 19
Aangenomen motie van de leden Stultiens (GroenLinks/PvdA) en Vijlbrief (D66) over herstel van de onrechtvaardige herverdeling van geld van werkenden naar de grootste vermogens, 36706, nr. 18
Aangenomen motie van het lid Inge van Dijk (CDA) over de vooringevulde aangifte tijdelijk loslaten, 36706, nr. 17
Aangenomen motie van de leden Kouwenhoven (NSC) en Grinwis (CU) over een jaarlijkse impactanalyse van de tegenbewijsregeling, 36706, nr. 16
Aangenomen motie van het lid Van Eijk (VVD) over bij de Belastingdienst zodanig prioriteren dat invoering van het nieuwe box 3-stelsel per 1 januari 2028 wordt gerealiseerd, 36706, nr. 15
Aangenomen motie van de leden Van Eijk (VVD) en Stoffer (Stoffer) over de effecten op bepaalde groepen belastingplichtigen in beeld brengen, 36706, nr. 14
Aangenomen motie van de leden Grinwis (CU) en Inge van Dijk (CDA) over onderzoeken of en in hoeverre de leegwaarderatio nog actueel is, 36706, nr. 13
Amendement van het lid Stoffer (SGP) c.s. ter vervanging van nr. 9 over het verplicht stellen van een formulier voor het aannemelijk maken van het werkelijke rendement, 36706, nr. 12 (vervangen door nr. 21)
Amendement van het lid Vermeer (BBB) over de tijdelijke mogelijkheid bezit over te hevelen naar een BV, tegen een verlaagd tarief in de overdrachtsbelasting, 36706, nr. 11
Amendement van de leden Grinwis (CU) en Inge van Dijk (CDA) over een aftrek voor werkelijk gemaakte kosten, 36706, nr. 10 (vervangen door nr. 22)
Amendement van het lid Stoffer (SGP) over het verplicht stellen van een formulier voor het aannemelijk maken van het werkelijke rendement, 36706, nr. 9 (vervangen door nr. 12)
36706, bijgewerkt t/m nr. 8 (NvW d.d. 14 mei 2025)
Uitvoeringstoets Belastingdienst nota van wijziging tegenbewijsregeling box 3
Nota van wijziging inzake Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om een tegenbewijsregeling te introduceren bij het bepalen van het belastbare inkomen uit sparen en beleggen (Wet tegenbewijsregeling box 3), 36706, nr. 8
Beslisnota bij nota naar aanleiding van het verslag inzake Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om een tegenbewijsregeling te introduceren bij het bepalen van het belastbare inkomen uit sparen en beleggen (Wet tegenbewijsregeling box 3), 36706
Nota naar aanleiding van verslag, 36706, nr. 7
Verslag, 36706, nr. 6
Certificering en ramingstoelichting Wet tegenbewijsregeling box 3, 36706, nr. 5
Advies Afdeling advisering Raad van State en Nader rapport, 36706, nr. 4
Beslisnota bij 36706 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om een tegenbewijsregeling te introduceren bij het bepalen van het belastbare inkomen uit sparen en beleggen (Wet tegenbewijsregeling box 3)
Memorie van toelichting, 36706, nr. 3
Voorstel van wet, 367062
Koninklijke boodschap, 36706, nr. 1