De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) in de Successiewet

De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) in de Successiewet

Bijgewerkt t/m: 18-02-2026

Mr. Geert de Jong

id-ead88431-a9a4-49da-8357-0d35c881ab4a

Geert de Jong is Belastingadviseur, Partner en Hoofd Bureau Vaktechniek van Grant Thornton Accountants en Adviseurs B.V.. Zijn specialisaties zijn bedrijfsopvolging en herstructurering.

De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) regelt een zeer ruimhartige vrijstelling bij verkrijging van ondernemingsvermogen door schenking of vererving. Daarbij geldt wel een aantal voorwaarden.

De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) is in de Successiewet opgenomen met als doel bedrijfsopvolgingen zonder fiscale belemmeringen te laten verlopen. Het bij schenking of vererving verkregen ondernemingsvermogen is tot € 1.534.500 (2026) voor 100% en het surplus daarboven voor 75% voorwaardelijk vrijgesteld. De vrijstelling wordt toegepast per objectieve onderneming en niet per verkrijger. Voor de verschuldigde belasting over het na toepassing van deze percentages resterende belaste deel van de verkrijging kan gedurende 10 jaren rentedragend uitstel van betaling worden verkregen.

Object van de heffing

De BOR geldt uitsluitend voor ondernemingsvermogen, een medegerechtigdheid, een aanmerkelijk belang en een ter beschikking gesteld pand. Beleggingsvermogen kwalificeert niet, behoudens een bescheiden uitzondering in geval van aanmerkelijk-belangaandelen. Met ingang van 2024 kwalificeert aan derden ter beschikking gesteld vastgoed per definitie niet als ondernemingsvermogen voor de BOR.

Consolidatie indirecte belangen >5%

Vermogensbestanddelen van een werk-bv worden – voor zover de holding-bv ten minste 5% van het belang houdt in de werk-bv – toegerekend aan de holding-bv. Vervolgens wordt op geconsolideerd niveau bezien wat voor de BOR als ondernemingsvermogen kwalificeert.

Bezits- en voortzettingseis

Voor de BOR dient de onderneming/het ondernemingsvermogen minimaal vijf jaar voorafgaand aan de schenking in het bezit te zijn geweest van de schenker. Deze vereiste bezitsperiode is voor erflaters aanzienlijk korter, namelijk één jaar.

De verkregen onderneming c.q. het ondernemingsvermogen moet door de verkrijger minimaal 5 jaar worden voortgezet c.q. in het bezit blijven van de verkrijger.

Documenten bij dit thema

Artikel 35b Successiewet 1956

Artikel 35c Successiewet 1956

Artikel 35d Successiewet 1956

Artikel 35e Successiewet 1956

Artikel 35f Successiewet 1956

Artikel 7 Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting

Artikel 8 Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting

Artikel 9 Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting

Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsregelingen, V-N 2024/43.11, V-N 2024/43.12, V-N 2024/43.13, V-N 2024/49.7, V-N 2024/49.8 en V-N 2025/4.3.4

Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 4 juni 2024, 2024-0000012721, V-N 2024/33.13

Y.M Tigelaar-Klootwijk, Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (Fiscale Monografieën nr. 141), Deventer: Kluwer 2013, Hoofdstuk 5

A.M.A. de Beer & M.J. Hoogeveen, 'Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2025: ondernemingsvermogen', MBB 2025/10

A.M.A. de Beer & M.J. Hoogeveen, 'Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2025: bezitseis', MBB 2025/42