Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.4.5
4.4.5 Belastingplichtige bij invoer
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS299298:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 9 februari 1994, nr. C-119/92, EC vs. Italië, Jur. 1994, p. I-0393 (douane-expediteurs), Jur. 1994, p. I-393.
Art. 4 onderdeel 18 CDW.
Art. 4 onderdeel 21 CDW.
Art. 5 CDW.
Art. 5 en art. 64 lid 2 CDW.
Vgl. de figuur van onmiddellijke vertegenwoordiging in het civiele recht.
Art. 5 lid 2 slotzin. Art. 30 DW. Vgl. de figuur van middellijke vertegenwoordiging in het civiele recht.
Art. 201 lid 3 derde volzin CDW jo. art. 54 DB.
Hof Amsterdam 13 juli 2004, nr. 01/90064 DK, LJN AQ3772.
HvJ EG 12 juli 1989, nr. 161/88, Friedrich Binder GmbH & Co KG vs. Hauptzollamt Bad Reichenhall, Jur. 1989, p. 2415, UTC 1992/6. HvJ EG 28 juni 1990, nr. C-80/89, Erwin Behn Verpackungsbedarf GmbH vs. Hauptzollambt Itzehoe, Jur. 1990, p. 2659, UTC 1992/54. GvEA EG 17 september 2003, nr. T-309/01 en nr. T-239/02, Peter Biegi Nahrungsmittel GmbH en Commonfood Handelsgesellschaft für Agrar-Produkte mbH vs. EC (boeking achteraf van invoerrechten, vergissing die kon worden ontdekt), Jur. 2003, p. II-3147.
Hof Amsterdam 13 juli 2004, nr. 01/90062 DK, LJN AQ3766.
Een ieder die in de Gemeenschap woont of is gevestigd en in staat is om accijnsgoederen aan te brengen of te doen aanbrengen en alle bescheiden kan overleggen die daartoe vereist zijn, kan een douaneaangifte doen voor plaatsing van accijnsgoederen onder een douaneregeling. Daarbij is niet vereist dat de aangever in een bepaalde rechtsverhouding tot de goederen staat. Het doen van aangifte is ook niet voorbehouden aan de juridische of economische eigenaar van de goederen.1
Bij het doen van aangifte zijn van belang: (1) de aangever, de persoon in wiens naam de aangifte wordt gedaan2, en (2) het subject van de regeling, de persoon voor wiens rekening de aangifte worden gedaan.3 Tenzij gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid van vertegenwoordiging4, zijn de aangever en het subject van de regeling dezelfde persoon. Niet alleen kan een ieder aangifte doen, een ieder kan zich bovendien nog doen vertegenwoordigen, bijvoorbeeld door een douane-expediteur of een andere logistieke dienstverlener die beroepsmatig douaneaangiften verzorgt. Door vertegenwoordiging kan worden bereikt dat de gevolgen van de aangifte ook de vertegenwoordigde treffen, mits aan de daartoe gestelde voorwaarden wordt voldaan.5
De vertegenwoordiging onderscheidt zich in twee varianten. Er kan sprake zijn van directe en van indirecte vertegenwoordiging. Van directe vertegenwoordiging is sprake wanneer de vertegenwoordiger in naam en voor rekening van een andere persoon handelt. De aangifte wordt dan op naam en voor rekening van de vertegenwoordigde gedaan. De vertegenwoordigde is aangever én subject van de regeling.6 Van indirecte vertegenwoordiging is sprake wanneer de vertegenwoordiger in eigen naam, doch voor rekening van een andere persoon handelt. De aangifte wordt dan op naam van de vertegenwoordiger gedaan (aangever), terwijl de vertegenwoordigde het subject van de regeling is. In Nederland is het gebruik van deze methode voorbehouden aan toegelaten douane-expediteurs.7
Voor de aansprakelijkheid voor de betaling van de wegens het in het vrije verkeer brengen van accijnsgoederen verschuldigd geworden accijns wordt aangesloten bij de vraag wie als aangever is opgetreden. Alleen in geval van indirecte vertegenwoordiging is de vertegenwoordigde als schuldenaar hoofdelijk medeaansprakelijk.8 Wanneer een douaneaangifte is opgesteld op basis van gegevens die ertoe leiden dat de wettelijk verschuldigde rechten geheel of gedeeltelijk niet worden geheven, worden de personen die deze voor de opstelling van de aangifte benodigde gegevens hebben verstrekt, terwijl zij wisten of redelijkerwijs hadden moeten weten dat die gegevens verkeerd waren, eveneens als schuldenaar beschouwd.9 De bewijslast rust op de inspecteur. De omstandigheid dat de belanghebbende op de aangiften wel de juiste goederencode had vermeld, behoeft niet tevens in te houden dat hij wist of redelijkerwijs had moeten weten dat de door hem aan de aangever ter hand gestelde en voor de heffing van de verschuldigde rechten benodigde gegevens onjuist waren.10
Van een douane-expediteur en professioneel marktdeelnemer mag redelijkerwijs worden verwacht dat deze zich vergewist van het gemeenschapsrecht dat op zijn transacties van toepassing is en op de hoogte is van de betekenis van een voetnoot op een post van het gemeenschappelijk douanetarief (GDT). Een dergelijk deel van het douanerecht is vanaf de datum van bekendmaking in het PB het enig positieve recht ter zake, dat iedereen geacht wordt te kennen11, óók wanneer voor het doen van aangifte een directe vertegenwoordiger wordt ingeschakeld.12