Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.10.15
4.10.15 Terugwerkende kracht steunmaatregel met bijdrageregeling
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS299307:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
Als bedoeld in art. 88 lid 3 EG.
HvJ EG 21 oktober 2003, nrs. C-261/01 en C-262/01, België vs. Eugene Van Calster en Felix Cleeren (C-261/01) en België vs. Openbaar Slachthuis NV (C-262/01), Jur. 2003, p. I-12249, r.o. 59 en 65.
HvJ EG 21 oktober 2003, nrs. C-261/01 en C-262/01, België vs. Eugene Van Calster en Felix Cleeren (C-261/01) en België vs. Openbaar Slachthuis NV (C-262/01), Jur. 2003, p. I-12249, r.o. 55-58.
Als bedoeld in art. 88 lid 3 EG.
HvJ EG 21 oktober 2003, nrs. C-261/01 en C-262/01, België vs. Eugene Van Calster en Felix Cleeren (C-261/01) en België vs. Openbaar Slachthuis NV (C-262/01), Jur. 2003, p. I-12249, r.o. 59-62.
HvJ EG 5 oktober 2006, nr. C-368/04, Transalpine Ölleitung in Österreich GmbH c.s. vs. Finanzlandesdirektionen für Tirol, Steiermark en Kärnten (Restitutie energieheffingen II), Jur. 2006, p. I-9957, r.o. 58. HvJ EG 21 november 1991, nr. C-354/90, Fédération nationale du commerce extérieur des produits alimentaires Syndicat national des négociants et transformateurs de saumon (FNCE) vs. Frankrijk, Jur. 1991, p. I-5505, r.o. 16. HvJ EG 11 juli 1996, nr. C-39/94, Syndicat français de l'Express international (SFEI) e.a. vs. La Poste e.a., Jur. 1996, p. I-3547, r.o. 67. HvJ EG 21 oktober 2003, nrs. C-261/01 en C-262/01, België vs. Eugene Van Calster en Felix Cleeren (C-261/01) en België vs. Openbaar Slachthuis NV (C-262/01), Jur. 2003, p. I-12249, r.o. 63.
HvJ EG 21 november 1991, nr. C-354/90, Fédération nationale du commerce extérieur des produits alimentaires Syndicat national des négociants et transformateurs de saumon (FNCE) vs. Frankrijk, Jur. 1991, p. I-5505, r.o. 12. HvJ EG 16 december 1992, nr. C-17/91, Georges Lornoy en Zonen NV Jos Theys NV Van Lomel PVBA Staf Lornoy en Zonen NV vs. België, Jur. 1992, p. I-06523, r.o. 30. HvJ EG 21 oktober 2003, nrs. C-261/01 en C-262/01, België vs. Eugene Van Calster en Felix Cleeren (C-261/01) en België vs. Openbaar Slachthuis NV (C-262/01), Jur. 2003, p. I-12249, r.o. 64.
HvJ EG 21 oktober 2003, nrs. C-261/01 en C-262/01, België vs. Eugene Van Calster en Felix Cleeren (C-261/01) en België vs. Openbaar Slachthuis NV (C-262/01), Jur. 2003, p. I-12249, r.o. 73.
HvJ EG 11 juli 1996, nr. C-39/94, Syndicat français de l’Express international (SFEI) e.a. vs. La Poste e.a., Jur. 1996, p. I-3547, r.o. 41. HvJ EG 21 oktober 2003, nrs. C-261/01 en C-262/01, België vs. Eugene Van Calster en Felix Cleeren (C-261/01) en België vs. Openbaar Slachthuis NV (C-262/01), Jur. 2003, p. I-12249, r.o. 74.
Het standstill-gebod1 staat in de weg aan de heffing van belastingen of bijdragen die specifiek dienen ter financiering van een steunregeling die bij een beschikking van de EC verenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard, voor zover deze bijdragen met terugwerkende kracht worden opgelegd voor een periode die aan de datum van deze beschikking voorafgaat. België heeft bij een wettelijke regeling uit 1987 een diergezondheids- en -productiefonds, dat vanaf 1 januari 1988 vergoedingen en toelagen verstrekt en andere prestaties verricht ten behoeve van de bestrijding van dierenziekten en de verbetering van hygiëne, gezondheid, welzijn en kwaliteit van landbouwhuisdieren en dierlijke producten, ter bevordering van de volksgezondheid en de economische welvaart van de veehouders. Ter stijving van het fonds dienen verplichte bijdragen, geheven van een vastomlijnde kring bijdrageplichtigen. Dit geheel omvat een niet aangemelde steunmaatregel die voorziet in een bijdrageregeling die integraal deel uitmaakt van de steunmaatregel en specifiek en uitsluitend ter financiering van de steun is bestemd.2
De combinatie wordt in 1991 door de EC onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt geacht en kan bijgevolg niet meer worden toegepast voor zover de verplichte bijdragen in het slachtstadium ook over uit andere lidstaten ingevoerde dieren en dierlijke producten wordt geheven. De uitvoering van de regeling wordt ontdaan van de onverenigbare elementen voortgezet. Vervolgens legt België de EC op 20 mei 1996 een nieuwe regeling voor, in een nieuw wetsontwerp, dat door haar op 9 augustus 1996 wordt goedgekeurd. In 1998 trekt België de oude regeling uit 1987 in en verklaart de nieuwe, goedgekeurde wettelijke regeling terugwerkend van kracht vanaf 1 januari 1988, op basis waarvan de bijdrage van de bijdrageplichtigen eveneens met terugwerkende kracht wordt geheven. Het HvJ EG beslist in het arrest-Van Calster (2003), dat de steun stricto sensu en de ter financiering daarvan geheven bijdragen rechtmatig zijn voor zover zij betrekking hebben op de periode vanaf de datum van deze beschikking, te weten 9 augustus 1996. De bijdragen voor de periode van 1 januari 1988 tot en met 8 augustus 1996 zijn onrechtmatig geheven, op grond dat dienaangaande niet is voldaan aan de verplichting om de steunregeling vóór de tenuitvoerlegging ervan aan te melden. Deze bijdragen zijn geheven in strijd met het standstill-gebod.3 De terugwerkende kracht vanaf 1 januari 1988, bedoeld om de gevolgen van de niet-nakoming van de verplichting om de in de wet van 1987 vervat liggende steunmaatregel vooraf bij de EC aan te melden weg te werken, is niet verenigbaar met de aanmeldingsplicht van steunmaatregelen.4 Anders zou aan de lidstaten de mogelijkheid worden geboden, een voorgenomen steunmaatregel zonder aanmelding onmiddellijk ten uitvoer te leggen en de gevolgen van het niet-aanmelden weg te werken door de maatregel op te heffen en tegelijkertijd met terugwerkende kracht opnieuw in te voeren. Voor deze wet gold dan ook al die jaren het standstill-gebod.
De onrechtmatigheid van een steunmaatregel of van een deel ervan ten gevolge van de niet-nakoming van de verplichting om deze maatregel vóór de tenuitvoerlegging aan te melden, kan niet ongedaan wordt gemaakt door het feit dat deze maatregel bij een eindbeslissing van de EC verenigbaar met de gemeenschappelijke markt wordt verklaard.5
Om te voorkomen dat afbreuk wordt gedaan aan de rechtstreekse werking van de standstill-verplichting en dat de belangen van de justitiabelen, die de nationale rechter moet beschermen, worden geschonden, heeft deze eindbeslissing van de EC niet tot gevolg, dat de onrechtmatigheid van uitvoeringsmaatregelen die in strijd met het standstill-gebod toch zijn vastgesteld, achteraf wordt gedekt als niet meer onrechtmatig.6 Wanneer de nationale rechter een dergelijke schending vaststelt, moet hij daaruit overeenkomstig het nationale recht alle consequenties trekken, zowel wat de rechtmatigheid van de handelingen tot uitvoering van de betrokken steunmaatregelen betreft, als wat de terugvordering van de verleende financiële steun betreft.7 Zelfs al zou de EC hebben onderzocht of de met terugwerkende kracht opgelegde bijdragen verenigbaar zijn met de gemeenschappelijke markt, zij is in elk geval niet bevoegd te beslissen dat een in strijd met het standstill-gebod ten uitvoer gelegde steunregeling rechtmatig is.8 In het kader van het toezicht op de naleving door de nationale autoriteiten van de lidstaten van het staatssteunregime, vervullen de nationale rechter en de EC immers, zoals gezegd, aanvullende taken.9