Accijnzen
Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.4.12:4.4.12 Ratio zekerheid
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.4.12
4.4.12 Ratio zekerheid
Documentgegevens:
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS298056:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het stellen van zekerheid voor de verschuldigde accijns, bijvoorbeeld door het afgeven van een bankgarantie, bestaat al zeer lang en komt ook voor met betrekking tot de heffing van het invoerrecht. De financiële verplichtingen tegenover de fiscale autoriteit die kunnen voortvloeien uit het vervaardigen of het voorhanden hebben van accijnsgoederen in een belastingentrepot zijn vaak zeer groot. Doordat in beginsel pas aan het einde van de maand volgend op het tijdvak waarin is uitgeslagen de accijns op aangifte moet worden voldaan, loopt de fiscale autoriteit financiële risico’s die groter zijn dan bij de omzetbelasting. Door zekerheidstelling wordt dit risico verminderd.
De hoogte van de zekerheid is toegesneden op de branche, op de aard van het bedrijf en op specifieke situaties (bijvoorbeeld een startende onderneming). De omvang van de zekerheid hangt bovendien mede af van de risico’s die de fiscale autoriteit loopt. Ook van de zijde van het bedrijfsleven is erop gewezen dat het stellen van zekerheid uit concurrentieoverwegingen in bepaalde gevallen wenselijk is. De vaststelling van de zekerheid geschiedt tot een zodanig bedrag dat de te verhalen accijns voldoende gewaarborgd kan worden geacht.1 De gestelde zekerheid dient is binnen de gehele Gemeenschap geldig te zijn. Daarom zal het in de gevallen waarin de schuldenaar buiten ‘s lands woont of is gevestigd geen problemen opleveren om de accijnsschuld in te vorderen als voldoende zekerheid is gesteld.2