Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.1.5
4.1.5 Nader tot elkaar brengen van nationale wetgevingen
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS296822:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
Art. 3 lid 1 onderdeel h EG.
Behoudens vrijwaringsclausules vervat in de richtlijn zelf. Zie: HvJ EG 5 oktober 1977, nr. 5/77, Carlo Tedeschi vs. Denkavit Commerciale s.r.l., Jur. 1977, p. 1555. HvJ EG 22 september 1988, nr. 228/87, Pretore di Torino (Kwaliteitsnormen voor drinkwater), Jur. 1988, p. 05099.
Een beroep op art. 30 EG en eventuele andere uitzonderingen is niet meer mogelijk. Wel blijft het beroep op de ontsnappingsclausule van art. 95 lid 4 en lid 5 EG open, als aan de desbetreffende voorwaarden is voldaan.
P.J.G. Kapteyn, P. VerLoren van Themaat e.a., Het recht van de Europese Unie en van de EuropeseGemeenschappen, Deventer: 2003, p. 268.
Art. 93 EG. Ter verbetering van het functioneren van de belastingstelsels in de interne markt heeft de EC het communautair programma Fiscalis vastgesteld (Beschikking 2235/2002, PbEg 2002, L 341/1).
Art. 3 lid 1 onderdeel h EG.
Zie voor een uitgebreide uitleg over harmonisatie: P.J.G. Kapteyn, P. VerLoren van Themaat e.a., Het recht van de Europese Unie en van de Europese Gemeenschappen, Deventer: 2003, hoofdstuk V, par. 2.
HvJ EG 17 juni 1999, nr. C-166/98, Société critouridienne de distribution (Socridis) vs. Receveur principal des douanes, Jur. 1999, p. I-3791, r.o. 26. HvJ EG 29 februari 1984, nr. 37/83, Rewe Zentrale AG vs. Direktor der Landwirtschaftskammer Rheinland (harmonisatie van fytosanitaire controlemaatregelen), Jur. 1984, p. 01229, r.o. 20. HvJ EG 13 mei 1997, nr. C-233/94, Duitsland vs. EP en Raad, Jur. 1997, p. I-2405, r.o. 43.
Art. 1 en art. 10 Structuurrichtlijn tabaksproducten.
Art. 12 en 15 Structuurrichtlijn tabaksproducten.
Eén van de taakstellingen van de Gemeenschap is ‘het nader tot elkaar brengen van de nationale wetgevingen in de mate waarin dat voor de werking van de gemeenschappelijke markt noodzakelijk is’.1 Dit ‘nader tot elkaar brengen’, dat wil zeggen: het met elkaar in overeenstemming brengen van verwante nationale wetgevingen, wordt harmonisatie genoemd. De belangrijkste functie van harmonisatie is het wegwerken van verschillen tussen de nationale rechtsstelsels die de werking van de interne markt in de weg staan. De interne markt moet immers werken als een binnenlandse markt met bijbehorende neutrale uitwerking van wetgeving.
Het klassieke instrument hiervoor is de richtlijn, al vindt harmonisatie soms ook plaats door middel van andere rechtsinstrumenten, zoals de verordening en de aanbeveling.
De meest eenvoudige vorm van harmonisatie is de totale harmonisatie, ook wel volledige harmonisatie genoemd. Van de in de richtlijn vervatte normen mag dan niet door de nationale overheid worden afgeweken, noch om strengere, noch om soepeler normen vast te stellen.2 Het vrije verkeer dat aldus wordt bereikt, is totaal.3 Bij minimumharmonisatie (waarvoor uiteindelijk is gekozen voor de accijnzen) worden in de richtlijn minimumnormen gesteld, maar hebben de lidstaten de vrijheid om, op het door de richtlijn bestreken terrein, verdergaande of strengere normen toe te passen.4
De Raad heeft de bevoegdheid de bepalingen vast te stellen die betrekking hebben op de harmonisatie van de wetgevingen inzake de omzetbelasting, de accijnzen en de andere indirecte belastingen, voor zover deze harmonisatie noodzakelijk is om de instelling en de werking van de interne markt te waarborgen.5 De betekenis van harmonisatie gaat dus verder dan alleen met betrekking tot de instelling van de gemeenschappelijke markt. Het EG-verdrag geeft de Gemeenschap immers ook de opdracht de werking van de gemeenschappelijke markt te optimaliseren.6 Het gaat daarbij met name om die voorschriften die weliswaar ‘de toegang tot de nationale markten niet verhinderen voor goederen, diensten of personen uit andere lidstaten, maar die wel andere concurrentievoorwaarden inhouden dan die welke in de lidstaat van oorsprong van toepassing zijn. Concurrentieverhoudingen kunnen worden beïnvloed door regelgeving die niet de positie van bepaalde groepen, maar het algemeen belang beoogt te behartigen, zoals belastingwetgeving en milieubeschermingsvoorschriften. In deze gevallen kunnen verschillen tussen nationale wetgeving leiden tot een verstoring van de concurrentie op de interne markt en kan er reden zijn tot harmonisatie, om gelijke speelvelden te creëren.7 Overigens staat het de EC, de Raad en het Europees Parlement (EP) naar vaste rechtspraak van het HvJ EG vrij om de harmonisatie op een bepaald gebied etappegewijs te laten verlopen, of nationale wetgevingen geleidelijk onderling aan te passen.8 In de Structuurrichtlijn tabaksproducten heeft de gemeenschapswetgever expliciet tot uitdrukking gebracht de harmonisatie van de tabaksaccijnzen etappegewijs te willen laten verlopen.9 De ‘harmonisatie der structuren van de accijns op tabaksfabrikaten’ bevindt zich anno 2008 in de tweede etappe, aangevangen op 1 juli 1978. De eerste etappe besloeg een periode van zestig maanden, te rekenen vanaf 1 juli 1973.10