Accijnzen
Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.1.9:4.1.9 Rechtsgrondentoetsing
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.1.9
4.1.9 Rechtsgrondentoetsing
Documentgegevens:
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS300509:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 6 lid 2 Accijnsrichtlijn. Art. 21 lid 5 Richtlijn energiebelastingen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk en in hoofdstuk 5 wordt getoetst in hoeverre de communautaire accijnzen in overeenstemming zijn met het ideaalbeeld van de interne markt. Voorts wordt getoetst in hoeverre de rechtsgronden die in de voorgaande twee hoofdstukken zijn afgeleid uit 200 jaar ontwikkelingsgang van de Nederlandse accijnzen zijn terug te vinden in het Europese accijnsregime, gebundeld in de navolgende vijf criteria:
1 de communautaire accijnzen, inclusief de EB, zijn accijnzen en behoren als accijnzen te worden geduid (legaliteitsbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel);
2 het communautaire accijnsregime draagt bij tot een goede werking van de interne markt. In het vrije verkeer van goederen treden met betrekking tot het intracommunautaire vervoer van accijnsgoederen geen binnengrenseffecten op, formele noch materiële (legaliteitsbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel). De werking van het accijnsregime is georganiseerd als ware de interne markt een binnenland van een lidstaat waar interne neutraliteit heerst: regionale tariefsverschillen, verschillend gebruik van fiscale merktekens en teruggaafregelingen, verschillen in heffing en invordering, verplichte regelingen voor fiscaal vertegenwoordigers en binnengrensoverschrijdende verlegging van verschuldigdheid van accijns, beperkingen van de actieradius van voer- of werktuigen en afwijkende rekeneenheden zijn onbestaanbaar in een binnenland dus ook binnen de interne markt. Het accijnsregime werkt juridisch en economisch neutraal uit, waardoor bij uitslag of invoer op het grondgebied van de Gemeenschap slechts éénmaal accijns verschuldigd is. De verschuldigdheid ervan in alle lidstaten gelijkelijk geregeld. De accijnzen worden gerestitueerd indien de accijnsgoederen niet voor verbruik op het grondgebied van de Gemeenschap bestemd zijn of verloren zijn gegaan en dienen naar hun aard niet tot bescherming van bepaalde bedrijven (bestemmingslandbeginsel, neutraliteitsbeginsel);
3 de communautaire accijnzen belasten goederen en diensten die als heffingsobjecten zorgvuldig op opbrengstgenererend vermogen zijn geselecteerd, zitten versluierd in de prijzen van die goederen en diensten en worden onmerkbaar via die prijzen geheven (beginsel van de minste pijn). Zij treffen zowel productieve als consumptieve bestedingen. Met de opbrengst die zijn genereren dragen zij bij aan een rechtvaardige verdeling van de belastingdruk (verdelende rechtvaardigheid);
4 de communautaire accijnzen voldoen aan het vereiste van de dubbelratio, worden naast de opbrengstgenererende functie ingezet als alcoholmatigend, energiebesparend en tabaksmijdend, worden reëel constant gehouden ter handhaving van hun werkingskracht, waardoor zij de lidstaten kunnen dienen als instrument voor het voeren van prijsbeleid (welvaartsbeginsel);
5 de communautaire accijnzen treffen het verbruik door het belasten van bestedingen, waardoor de lasten ervan kunnen worden afgewenteld op de uiteindelijke verbruiker, waardoor zij bijdragen aan een rechtvaardige verdeling van de belastingdruk, omdat de opbrengsten van de communautaire accijnzen worden aangewend voor verlaging van de directe lasten op arbeid en ondernemen.
Dit hoofdstuk biedt in het licht van deze vijf criteria een beeld van de werking van het Europese accijnsregime langs het stramien van de Accijnsrichtlijn, de rechtspraak van het HvJ EG en Nederlandse rechtspraak. Omdat de Accijnsrichtlijn voorschrijft, dat heffing en de invordering van de accijnzen plaatsvindt volgens de eigen, nationale heffings- en invorderingsprocedures van de lidstaten1, zijn voor een compleet beeld van het accijnsregime en de wijze waarop deze aangelegenheid nationaal gestalte gegeven moet worden, de regels van de Accijnsrichtlijn aangevuld met de Nederlandse accijnswetgeving.
Hoofdstuk 5 geeft de uitkomsten van de toetsing van het Europese accijnsregime aan het ideaalbeeld van de interne markt en de vijf criteria.