Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/2.2.2.2
2.2.2.2 Materieel burgerschap: maatschappelijk en sociaal-cultureel
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977170:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vermeulen 2007, p. 53-54.
A.M.L. van Wieringen, ’Schoolcondities voor Burgerschap: afsluitende opmerkingen’, in: Idem (NUCO), Den Haag 2003, p. 23-24; vgl. Tonkens & De Wilde 2013.
J. Kloprogge, II: ‘Onderwijsproces’, in: Idem 2015, p. 11-13; Van der Spek 2015, p. 17-18.
Vermeulen 2007, p. 53-54; R.D. Putnam, ‘Bowling alone. America's declining social capital’, Journal of democracy 1995, 6, (1), p. 65 e.v.
Ibid., p. 54.
Putnam 2000, p. 290; T.W. Schultz, Investment in human capital, American Economic Review march 1961, p. 1-17, G.S. Becker, Human capital, Chicago: UP 1964, G.W. Meijnen, ’Het rendement van cultureel kapitaal’, Comenius 1988, p. 323-342 en Kagan 1971, p. 9-11.
Van Gunsteren 1994, p. 58 en R. Steenvoorde, ’Burgerschap van Babylon én Jeruzalem’, in: Van Bijsterveld & Steenvoorde (red.) 2013, p. 257.
Het materieel burgerschap is te duiden als een psychosociale hoedanigheid, een status, verbonden met maatschappelijke, sociale en culturele normatieve noties. In deze hoedanigheid worden persoonlijke binding en burgerzin van leerlingen gecombineerd met de solidariteit voor of de aanhankelijkheid aan een etnische, religieuze of socioculturele gemeenschap.1 Een maatschappelijke, sociale en culturele betrokkenheid vraagt van burgers primair een toegesneden scholing in kennis, vaardigheden en houdingen. Zo is schoolburgerschap een facet van het (sociale en digitale) schoolleven dat tot uitdrukking komt in een klimaat van behulpzaamheid in de buurt- en wijkrelaties.2 Daarin staat het leren nemen van medeverantwoordelijkheid in en om de school centraal.3
Vermeulen: staatsburgerschap en psychosociaal burgerschap
Vermeulen onderscheidt burgerschap in: (a) formeel-juridisch burgerschap of staatsburgerschap, betrekking hebbend op de nationaliteit en de politieke rechten en plichten, en (b) psychosociaal burgerschap, als ‘commitment en vaardigheid, binding en verbondenheid’, dat ziet op de sociaal-emotionele plaats en rol van de burger in de samenleving.4 Hij ziet voor het onderwijs als opdracht ‘de leerlingen op de sociaalpsychologische context van burgerschap en staatsburgerschap […] betrokken [te laten] zijn’.5 Putnam begrijpt in vergelijkbare zin ‘linking social capital’ als ‘making [us]smarter, healthier, safer, richer and better able to govern a just and stable democracy’.6
Burgerschapsopdracht: Staats- en maatschappelijk burgerschap
Burgerschap ziet dus ook op maatschappelijke, sociale en culturele dimensies.7 Het is lang opgevat als louter politiek of formeel staatsburgerschap. Maar na de Tweede Wereldoorlog heeft burgerschap geleidelijk aan ook een psychosociale connotatie gekregen, in de vorm van maatschappelijk, sociaal en cultureel burgerschap. Deze dimensies zijn in de burgerschapsopdracht (2021) voorondersteld.8 Hierna worden de historische noties burger en burgerschap beschreven.