Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/8.1.2.1
8.1.2.1 Voorkomen van negatieve aankondigingseffecten
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS416304:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Voetnoten
Voetnoten
Notitie TWK, p. 3.
Zie par. 7.2 voor een korte beschrijving van deze wetswijziging.
Popelier 1997, p. 586 in navolging van Friauf 1972.
Vgl. Popelier 1997, p. 588.
Zie o.a. het besluit van 3 augustus 2005, nr. CPP2005/1807M, V-N 2005/37.19 inzake een aanpassing van de spaarloonregeling en het besluit van 24 mei 2002, nr. DGB2002/2794M, V-N 2002/28.13 inzake de omzetting van de 40-dagenregeling in een 60-dagenregeling.
In de Notitie TWK wordt het voorkomen van een aankondigingseffect genoemd als rechtvaardiging voor het toekennen van terugwerkende kracht.1 Onder ‘aankondigingseffect’ wordt in dit verband verstaan de reactie van belastingplichtigen op een aangekondigde wetswijziging ten gevolge waarvan de voorgestelde regeling haar beoogde effect niet of in mindere mate bereikt. Het aankondigingseffect wordt in dit verband uitgelegd als een handelen van belastingplichtigen in hun voordeel door alsnog gebruik te maken van de geldende rechtsregel alvorens deze wordt aangepast c.q. afgeschaft. Als voorbeeld noem ik het (snel nog) aanschaffen van een computer alvorens de fiscale pc-regeling werd afgeschaft.2 In de literatuur wordt dit ook wel aangeduid als een positief aankondigingseffect (zie par. 8.2.2.1).3 Een positief aankondigingseffect kan zich voordoen bij de invoering van een belastende regel.
Naast een positief aankondigingseffect kan een negatief aankondigingseffect worden onderscheiden.4 Een negatief aankondigingseffect kan optreden ingeval de wetgever aankondigt dat met onmiddellijke werking een begunstigende wetswijziging zal worden ingevoerd. Ongeacht of de inhoud alsmede de beoogde inwerkingtredingsdatum op het moment van het voorzienbaar worden van de wetswijziging bekend zijn, zal de belastingplichtige – voor zover mogelijk – geneigd zijn om zijn handelen uit te stellen tot de begunstigende wetswijziging in werking is getreden. Dit leidt tot immobilisme.5 De mate van immobilisme zal toenemen naarmate de voorzienbaarheidsfactor van een wetswijziging stijgt.
Met name om economische redenen kan het gewenst zijn immobilisme ten gevolge van een negatief aankondigingseffect te beperken. Dit is in beginsel mogelijk door aan de begunstigende wetswijziging terugwerkende kracht te verlenen. Een nadeel van deze methode is evenwel dat in de periode van aanvang van de werking tot de inwerkingtreding van de nieuwe wet nog geen beroep op de nieuwe regel kan worden gedaan (par. 7.3). Om dit nadeel op te heffen loopt de staatssecretaris van Financiën als uitvoerder van de wet wel eens vooruit op de aanpassing of afschaffing van een belastende regeling.6 Geheel zuiver is deze methode evenwel niet. Voorts heeft een belastingplichtige tot het moment van aanname van het wetsvoorstel door de Eerste Kamer geen volledige zekerheid over de inhoud van het nieuwe regime. Alleen als de wetgever erin slaagt om reeds vanaf het moment van voorzienbaar worden van de wetswijziging optimale zekerheid te bieden, zal het verschijnsel van immobilisme kunnen worden beperkt. Optimale zekerheid wordt in dit verband verkregen indien aan de in hfdst. 9 te bespreken formele vereisten van behoorlijk overgangsbeleid wordt voldaan.