Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/4.7.2.3
4.7.2.3 Loon en pensioeninkomen als na arbeidsbemiddeling voor particulier wordt gewerkt
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943398:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Dit is het geval bij Charly Cares, zie art. 1, 7 en 9 Oppasovereenkomst 19 juni 2023, charlycares.com. Ook Helpling verklaarde de Regeling dienstverlening aan huis van toepassing op de overeenkomst tussen schoonmaker en gebruiker. Helpling is sinds haar faillietverklaring in januari 2023 niet meer actief in Nederland.
Ook Tjong Tjin Tai & Van Slooten kwalificeerden Charly Cares als bemiddelaar, zie Tjong Tjin Tai & Van Slooten 2021, p. 125.
Hof Amsterdam 21 september 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:2741 (FNV/Helpling).
HR 9 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:887, r.o. 3.3.5 (Helpling/FNV).
Met Ella Kalsbeek als voorzitter onderzocht de Commissie Dienstverlening aan Huis in 2014 op verzoek van kabinet en sociale partners de beleidsopties voor de markt van dienstverlening aan huis.
Art. 14 ILO verdrag 189.
Rb. Amsterdam 1 juli 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:4546 (FNV/Helpling).
‘Hoe bepaal jij je uurtarief?’, charlycares.com 11 november 2022.
In 2024 wordt een wettelijk minimumuurloon ingevoerd. Tot dan wordt het minimumuurloon berekend door het weekloon te delen door het aantal uren waaruit de werkweek bestaat.
Advies Commissie Kalsbeek 2014, p. ii.
Indien de arbeidskracht via de arbeidsbemiddeling bij een particulier in dienst treedt, ontstaat een scenario dat nog niet eerder aan bod is gekomen. Ook dan is geen sprake van uitbesteding van werk. Dit scenario bevat echter een aantal bijzonderheden waardoor parallellen met de toetsing op een gerechtvaardigd personeelsbeleid zichtbaar zijn en is daarom het bespreken waard. Dit gebeurt in deze paragraaf.
In weinig sectoren zal de verhouding tussen arbeidskracht en particulier als arbeidsovereenkomst worden aangemerkt. Particulieren huren doorgaans een ander in voor werkzaamheden waarbij zij geen toezicht en leiding uitoefenen. Te denken valt aan het inhuren van een elektricien of advocaat. De platformeconomie heeft echter nieuw licht doen schijnen op een sector waarin arbeidskrachten en particulieren vaak een duurzame relatie aangaan, waarbij de kans groot is dat enige mate van leiding en toezicht wordt uitgeoefend door de particulier. Het betreft de sector van het huishoudelijk werk. De verhouding tussen een particulier en een huishoudelijk werker kan wel degelijk als arbeidsovereenkomst aan te merken zijn. Voor dergelijke werkzaamheden heeft de regering de Regeling dienstverlening aan huis (hierna: de Regeling) ontwikkeld. De Regeling geldt voor particulieren die als arbeidskracht minder dan vier dagen per week voor andere particulieren in en om het huis huishoudelijk werk verrichten. De Regeling geldt niet als de arbeidskracht in loondienst is van een bedrijf, zoals een uitzendbureau, en via dat bedrijf bij de particulier thuis werkt, maar kan wel worden toegepast indien men via een arbeidsbemiddelaar bij de particulier terechtkomt. Platformen via welke arbeidskrachten huishoudelijke hulp kunnen verrichten, geven dan ook vaak aan dat deze regeling van toepassing is op de verhouding met de gebruiker van het platform.1
Charly Cares, een platform dat oppaskrachten en gezinnen koppelt, verklaart de Regeling van toepassing in de Oppasovereenkomst tussen oppas en gezin. Het platform geeft aan geen werkgever van de arbeidskracht te zijn, maar slechts een bemiddelaar.2 Ook Helpling meende bemiddelaar te zijn en verklaarde de Regeling van toepassing op de overeenkomst tussen schoonmaker en gebruiker. In september 2021 merkte het Hof Amsterdam Helpling echter als uitzendbureau aan.3 Helpling ging in cassatie tegen deze uitspraak, maar is in januari 2023 failliet verklaard en is sindsdien niet meer actief in Nederland. De HR kondigde in juni 2023 het voornemen aan de zaak ambtshalve door te halen.4
De Regeling biedt de mogelijkheid van diverse arbeidsrechtelijke bepalingen uit het BW af te wijken. De arbeidskracht valt niet onder een eventuele cao die geldt voor de sector waarin de werkzaamheden vallen, bijvoorbeeld de cao voor de schoonmaaksector.
Sinds 2020 is in de schoonmaak-cao echter opgenomen dat ook sprake is van een schoonmaakbedrijf in de zin van deze cao als wordt gewerkt via een platformconstructie. Onder ‘werknemers’ in de zin van de cao worden ook verstaan arbeidskrachten die via platformconstructies feitelijk schoonmaakwerkzaamheden verrichten. De vraag is hoe dit zich verhoudt tot de Regeling dienstverlening aan huis als via bemiddelende platformen wordt gewerkt. Vooralsnog ga ik ervan uit dat cao’s niet van toepassing zijn als huishoudelijk werk voor een particulier wordt verricht na bemiddeling door een platform, temeer omdat dit werk niet altijd schoonmaakwerk is.
Op basis van de Regeling is de particulier slechts verplicht het wettelijk minimumloon te betalen aan de arbeidskracht. De particulier is niet verplicht tot het afdragen van premies voor de werknemersverzekeringen. Dit heeft gevolgen voor het loon tijdens ziekte en werkloosheid. In 2014 concludeerde de Commissie Kalsbeek dat de Regeling in strijd is met ILO-verdrag 189, waardoor dit verdrag niet kan worden geratificeerd.5 Dit verdrag vereist namelijk dat de sociale zekerheid van huishoudelijk werkers niet minder gunstig is dan die van werkenden in het algemeen.6 In navolgende hoofdstukken wordt hierop nader ingegaan. De arbeidskracht heeft wel recht op AOW. Aanvullend pensioen bouwt de arbeidskracht niet op, terwijl voor de branche waartoe de werkzaamheden behoren doorgaans wel verplichte deelname aan een bedrijfstakpensioenfonds geldt, zoals voor het schoonmaak- en glazenwassersbedrijf.
Bij Helpling gold in mei 2021 een minimumtarief van € 14,29 per uur, waarmee aan het wettelijk minimumloon werd voldaan (€ 10,80 per juli 2021). Helpling was toen laatstelijk in de rechtspraak nog als bemiddelaar aangemerkt.7 Niet bij alle platformen die de Regeling van toepassing achten, wordt het wettelijk minimumloon voor de arbeidskracht gewaarborgd. Zo vermeldt Charly Cares in de voorwaarden bij de oppasovereenkomst wel dat de oppas recht heeft op het wettelijk minimumloon, maar geeft als voorbeeldtarief voor een 21-jarige € 10 per uur.8 Dit moet wettelijk minimaal € 11,50 zijn.9
De Commissie Kalsbeek oordeelde dat de Regeling zich slecht verdraagt met het uitgangspunt van gelijke behandeling.10 De arbeidskracht wordt onder de Regeling niet hetzelfde behandeld ten aanzien van het loon voor werk en het pensioeninkomen als werknemers die vergelijkbare werkzaamheden doen in dienst van een onderneming. Nu de arbeidskracht, via arbeidsbemiddeling door het platform, rechtstreeks een arbeidsovereenkomst met de uiteindelijk begunstigde aangaat, is van uitbesteding van werk geen sprake. Het toetsingskader van een gerechtvaardigd personeelsbeleid is dus niet helemaal toegerust op situaties waarin de Regeling van toepassing is, maar de regeling en de ratio erachter vertonen wel duidelijke parallellen met de rechtvaardigingsgrond van een gerechtvaardigd personeelsbeleid. Dat licht ik hieronder uit.