Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/7.6.1.3
7.6.1.3 Nederland
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291320:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
MvT, Kamerstukken II 1967/68, 9324, nr. 3, p. 33.
MvT, Kamerstukken II 1967/68, 9324, nr. 3, p. 33 en MvA, Kamerstukken II 1967/68, 9324, 9410, nr. 6, p. 64. Kampeerterreinen en vakantiecentra werden onder vigeur van de Wet OB 1954 slechts als een ‘dergelijke inrichting’ beschouwd indien de huurders maaltijden konden betrekken in een kantine of een dergelijke inrichting (D.B. Bijl, De heffing van omzetbelasting ten aanzien van onroerend goed (diss.), Deventer: Kluwer 1990, p. 346).
Voor de inwerkingtreding van de Wet OB was op grond van art. 24, nr. 34 Wet OB 1954 de verhuur van gemeubileerde kamers in hotels e.d. inrichtingen aan personen die daar slechts voor een kort oponthoud verblijf houden, aan btw-heffing onderworpen.1 Sindsdien is de verhuur binnen het kader van het hotel-, pension-, kamp- en vakantiebestedingsbedrijf aan personen, die daar slechts voor een korte periode verblijf houden op grond van art. 11 lid 1, onderdeel b, 2° Wet OB belast met btw. Met deze ruimere formulering van de uitzondering op de vrijstelling voor de verhuur van onroerend goed heeft de wetgever beoogd ook de exploitatie van ‘kampeercentra e.d.’ aan btw-heffing te onderwerpen, omdat kamp- en vakantiebestedingsbedrijven direct concurreren met het hotel- en pensionbedrijf.2 Het voorstel om slechts btw te heffen over de verhuur door kampeer- en recreatiecentra indien en voor zover zij aanvullend dienstbetoon verrichten, heeft de wetgever niet omarmd.3 Bij de aanpassing van de Wet OB aan de Zesde Richtlijn is art. 11 lid 1, onderdeel b, 2° Wet OB ongewijzigd gebleven.
7.6.1.3.1 Bijkomend dienstbetoon niet vereist7.6.1.3.2 Toerusting voor kort verblijf7.6.1.3.3 Korte verblijfsduur