Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/6.2.2.3:6.2.2.3 Tussenconclusie
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/6.2.2.3
6.2.2.3 Tussenconclusie
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS411314:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In par. 6.2.2.1 heb ik jurisprudentie van het EHRM geanalyseerd waarin, kort gezegd, aan de orde is onder welke omstandigheden verwachtingen kunnen worden getoetst aan het eigendomsrecht. Uit de situaties die ik heb omschreven trek ik de conclusie dat een wetswijziging in elk geval moet leiden tot maatschappelijk terugwerkende kracht, wil een beroep op art. 1 EP EVRM zinvol zijn. Als er geen maatschappelijk terugwerkende kracht is, betekent dit dat een wetswijziging ten tijde van het ontstaan van de verwachting al voorzienbaar was. Volgens de jurisprudentie van het EHRM zijn verwachtingen dan niet legitiem. Een verwachting moet immers ‘sufficient basis in national law’ hebben.
Uit par. 6.2.2.2 volgt evenwel dat de eigendomsvraag in het midden kan worden gelaten, omdat belastingheffing altijd onder het bereik van art. 1 EP EVRM valt.